Socialezekerheidsrecht
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. De indiener van het hoger beroep is overleden. Geen belang bij de…
Centrale Raad van Beroep, 17 september 2014
ECLI:NL:CRVB:2014:3236 · Centrale Raad van Beroep · 17 september 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/proces-verbaal/ecli-nl-crvb-2014-3236
Zaakgegevens
Op 17 september 2014 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 september 2014
- Datum publicatie
- 3 oktober 2014
- Zaaknummer
- 13-2917 ZVW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Proces-verbaalProces-verbaalHet schriftelijke verslag van de zitting, soms met de mondelinge uitspraak van de rechter erin.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2014:3236
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. De indiener van het hoger beroep is overleden. Geen belang bij de voortzetting van het geding. Hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitspraak
13/2917 ZVW-PV
Datum uitspraak: 17 september 2014
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 april 2013, 12/4251 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant], in leven laatstelijk gewoond hebbende te Spanje (appellant)
Zorginstituut Nederland (Zorginstituut), als rechtsopvolger van het College voor zorgverzekeringen
Zitting hebben: A.J. Schaap als voorzitter en G. van Zeben-de Vries en D.S. de Vries als leden
Griffier: D. van Wijk
Ter zitting zijn verschenen: mr. C.H. Verweij en mr. K. Siemeling, beiden namens het Zorginstituut.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
De indiener van het hoger beroep is overleden. Niet kan worden gezegd dat de overledene enig belang heeft bij de voortzetting van het geding. Ook is niet gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Hieruit volgt dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Het hoger beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D. van Wijk (getekend.) A.J. Schaap