Socialezekerheidsrecht

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep. Geen sprake van een tijdig beroep op betalingsonmacht.

Centrale Raad van Beroep, 4 augustus 2015

Zaakgegevens

Op 4 augustus 2015 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
4 augustus 2015
Datum publicatie
18 augustus 2015
Zaaknummer
15/4108 WWB-PV
Procedure
Proces-verbaal
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2015:2776
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep. Geen sprake van een tijdig beroep op betalingsonmacht.

Procesgang

  1. Centrale Raad van Beroep · 4 augustus 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:CRVB:2015:2776

  2. Uitspraak · 2015

    ECLI:NL:RBROT:2015:2895

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

15/4108 WWB-PV

Datum uitspraak: 4 augustus 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 30 april 2015, 14/7066 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen (college)

Zitting heeft: W.H. Bel

Griffier: C.M. Fleuren

Ter zitting is namens appellant verschenen mr. E. Kafa, advocaat. Het college is niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Vaststaat dat appellant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan.

De gemachtigde van appellant heeft ter zitting een beroep gedaan op betalingsonmacht van appellant.

Indien een indiener van een (hoger) beroepschrift binnen de gestelde termijn een beroep op betalingsonmacht doet, wordt hem de gelegenheid geboden een aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van griffierecht in te dienen.

Op 24 juli 2015 heeft de Raad telefonisch contact gehad met een collega van de gemachtigde van appellant en doorgegeven dat het griffierecht uiterlijk voor de zitting van 4 augustus 2015 moet worden betaald. Deze collega heeft geantwoord dat dit aan de gemachtigde zal worden doorgegeven en dat op 27 juli 2015 contact zal worden opgenomen met de Raad, indien er problemen zijn. Dit is niet gebeurd. Onder deze omstandigheden is van een tijdig beroep op betalingsonmacht geen sprake. Dat de gemachtigde pas in een laat stadium van appellant heeft vernomen dat hij het griffierecht niet kan dan wel wil voldoen, maakt dit niet anders.

Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

C.M. Fleuren W.H. Bel

Voor eensluidend afschrift

De griffier van de

Centrale Raad van Beroep

HD