Socialezekerheidsrecht
Geen gronden hoger beroep. Verzet ongegrond.
Centrale Raad van Beroep, 10 december 2015
ECLI:NL:CRVB:2015:4676 · Centrale Raad van Beroep · 10 december 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/proces-verbaal/ecli-nl-crvb-2015-4676
Zaakgegevens
Op 10 december 2015 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 december 2015
- Datum publicatie
- 21 december 2015
- Zaaknummer
- 15/461 ANW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Proces-verbaalProces-verbaalHet schriftelijke verslag van de zitting, soms met de mondelinge uitspraak van de rechter erin.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2015:4676
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen gronden hoger beroep. Verzet ongegrond.
Uitspraak
Datum uitspraak: 10 december 2015
15/461 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 december 2014, 14/2336 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: R.G. van den Berg
Ter zitting is niemand verschenen
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 26 juni 2015 heeft de Raad het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift geen gronden bevat, en redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft appellante bij brief van 18 juli 2015 aangevoerd dat zij wel gronden tegen de in hoger beroep aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 december 2014 (14/2336) heeft ingediend. De Raad heeft appellante vervolgens bij brief van 5 augustus 2015 verzocht om de gronden van het hoger beroep nogmaals, en inclusief verzendbewijs van de oorspronkelijke zending, binnen vier weken toe te zenden. Bij brief van 21 september 2015 heeft appellante wel de gronden maar niet het gevraagde verzendbewijs aan de Raad gezonden. In die omstandigheden is er geen grond voor het oordeel dat de uitspraak van
26 juni 2015 onjuist is.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal,
De griffier De voorzitter
(getekend) R.G. van den Berg (getekend) T.G.M. Simons