Socialezekerheidsrecht

Separaat hoger beroep. Geen processueel belang bij beoordeling van hoger beroep tegen aangevallen uitspraak…

Centrale Raad van Beroep, 6 oktober 2017

Zaakgegevens

Op 6 oktober 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
6 oktober 2017
Datum publicatie
8 december 2017
Zaaknummer
16/3528 WAO-PV
Procedure
Proces-verbaal
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2017:4239
E-mail

Samenvatting

Separaat hoger beroep. Geen processueel belang bij beoordeling van hoger beroep tegen aangevallen uitspraak, waarbij de rechtbank zich onbevoegd heeft verklaard.

Uitspraak

16/358 WAO-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 11 december 2015, 15/1959 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 6 oktober 2017

Zitting hebben: mrs. M. Greebe, voorzitter, en R.E. Bakker en D. Hardonk-Prins, leden.

Griffier: L. Boersma

Ter zitting zijn verschenen: mr. J.M. Jonker, gemachtigde van appellant, en zijn kantoorgenoot: mr. T.E. Jansen, alsmede W.R. Bos, gemachtigde van het Uwv.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak

niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

In de bij de Raad lopende hoger beroepsprocedure geregistreerd onder zaaknummer 16/7690 WAO komen de bezwaren van appellant tegen het besluit van het Uwv van 17 april 2015 en de handhaving daarvan bij beslissing op bezwaar van 19 oktober 2015 inhoudelijk aan de orde. Door de Raad zal daarop bij separate uitspraak worden beslist. Appellant heeft daarom geen processueel belang meer bij de beoordeling van het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak, waarbij de rechtbank zich onbevoegd heeft verklaard om van het door appellant tegen het besluit van 17 april 2015 (rechtstreeks) ingestelde beroep kennis te nemen.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(get.) L. Boersma (get.) M. Greebe

IvR