Socialezekerheidsrecht
In het verzoekschrift heeft verzoeker aangevoerd dat hij het niet eens is met de uitspraak van de Raad en…
Centrale Raad van Beroep, 1 december 2020
ECLI:NL:CRVB:2020:3063 · Centrale Raad van Beroep · 1 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/proces-verbaal/ecli-nl-crvb-2020-3063
Zaakgegevens
Op 1 december 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 december 2020
- Datum publicatie
- 7 december 2020
- Zaaknummer
- 19/642 WIA-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Proces-verbaalProces-verbaalHet schriftelijke verslag van de zitting, soms met de mondelinge uitspraak van de rechter erin.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2020:3063
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
In het verzoekschrift heeft verzoeker aangevoerd dat hij het niet eens is met de uitspraak van de Raad en heeft hij verzocht het dossier opnieuw te bestuderen en een nieuwe beslissing te nemen. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht naar voren gebracht. Verzoeker beoogt in feite een hernieuwde discussie over wat in de uitspraak van de Raad van 13 september 2017 is vastgesteld. Uit vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 26 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1615) volgt dat het middel van herziening daar niet toe kan strekken. De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Uitspraak
19 642 WIA-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 13 september 2017, 17/2737
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats], Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 1 december 2020
Zitting heeft: T. Dompeling, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: A.L. Abdoellakhan
Partijen zijn niet verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij de uitspraak van 13 september 2019 waarvan herziening wordt verzocht heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 maart 2017, 16/5456, bevestigd. Bij deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep van verzoeker tegen een beslissing op bezwaar van 21 juli 2016 ongegrond verklaard. In dit besluit heeft het Uwv het bezwaar van verzoeker tegen een besluit van 9 maart 2016 niet-ontvankelijk verklaard, omdat verzoeker de gronden van het bezwaar te laat heeft ingediend.
In het verzoekschrift heeft verzoeker aangevoerd dat hij het niet eens is met de uitspraak van de Raad en heeft hij verzocht het dossier opnieuw te bestuderen en een nieuwe beslissing te nemen.
Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht naar voren gebracht. Verzoeker beoogt in feite een hernieuwde discussie over wat in de uitspraak van de Raad van 13 september 2017 is vastgesteld. Uit vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 26 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1615) volgt dat het middel van herziening daar niet toe kan strekken.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) A.L. Abdoellakhan (getekend) T. Dompeling