Socialezekerheidsrecht

Verzet ongegrond. Griffierecht is niet betaald. Appellante heeft haar stelling dat zij het griffierecht wel…

Zaakgegevens

Op 27 februari 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
27 februari 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11-2160 ANW-V
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2012:BV8522
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verzet ongegrond. Griffierecht is niet betaald. Appellante heeft haar stelling dat zij het griffierecht wel binnen de gestelde termijn heeft betaald niet met bewijsstukken onderbouwd.

Uitspraak

11/2160 ANW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (Marokko), (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 februari 2011, 10/2866 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)

Datum uitspraak: 27 februari 2012

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van

15 juli 2011 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 15 juli 2011 heeft appellante verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 16 januari 2012, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 15 juli 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 20 mei 2011 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.

In het verzetschrift heeft appellante aangevoerd dat het griffierecht wel is betaald. Appellante heeft dit echter niet met bewijsstukken onderbouwd.

Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2012.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

TM