Socialezekerheidsrecht
Verzet ongegrond. De Raad stelt vast dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd…
Centrale Raad van Beroep, 30 juli 2012
ECLI:NL:CRVB:2012:BX3341 · Centrale Raad van Beroep · 30 juli 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2012-bx3341
Zaakgegevens
Op 30 juli 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 30 juli 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-7242 WUV-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BX3341
Samenvatting
Verzet ongegrond. De Raad stelt vast dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die leiden tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 15 maart 2012 onjuist is. Ook overigens is van dergelijke feiten of omstandigheden niet gebleken.
Uitspraak
11/7242 WUV-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in verband met het geding tussen:
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak 30 juli 2012.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet van 15 maart 2012 heeft de Raad het beroep van appellante tegen het besluit van de Svb van 31 oktober 2011 niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 15 maart 2012 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 juli 2012, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 15 maart 2012 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een beroepschrift kon worden ingediend, was 12 december 2011. Het beroepschrift is op 13 december 2011 per aangetekende post verzonden en op 14 december 2011 bij de Raad ontvangen.
In verzet heeft appellante geen verklaring gegeven voor het feit dat zij het beroepschrift te laat heeft ingediend. Zij heeft slechts aangegeven op welke gronden zij recht meent te hebben op de door haar bij de Svb aangevraagde voorziening op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
De Raad stelt vast dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die leiden tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 15 maart 2012 onjuist is. Ook overigens is van dergelijke feiten of omstandigheden niet gebleken.
Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2012.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
JL