Socialezekerheidsrecht
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Verzet ongegrond. Te late betaling griffierecht niet verschoonbaar.
ECLI:NL:CRVB:2013:2692 · Centrale Raad van Beroep · 22 november 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2013-2692
Zaakgegevens
Op 22 november 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 november 2013
- Datum publicatie
- 5 december 2013
- Zaaknummer
- 12-3969 WWB-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2013:2692
Samenvatting
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Verzet ongegrond. Te late betaling griffierecht niet verschoonbaar.
Uitspraak
Datum uitspraak: 22 november 2013
12/3969 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 30 mei 2012, 12/482 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te[woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is niemand verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 20 november 2012 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Gelet op het verhandelde ter zitting van 26 april 2013 heeft de Raad aanleiding gezien het onderzoek te heropenen en appellant een nieuwe termijn te geven voor de betaling van het griffierecht. Bij - aangetekend en per gewone post verzonden - brief van 2 mei 2013 is appellant in de gelegenheid gesteld het griffierecht alsnog binnen twaalf weken te voldoen. De Raad stelt vast dat het griffierecht (ook) binnen deze termijn niet is betaald. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest, is de Raad niet gebleken.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons
IvR