Socialezekerheidsrecht
Verzet gegrond. Appellant is niet in verzuim geweest.
ECLI:NL:CRVB:2014:1247 · Centrale Raad van Beroep · 11 april 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2014-1247
Zaakgegevens
Op 11 april 2014 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 april 2014
- Datum publicatie
- 15 april 2014
- Zaaknummer
- 13-1676 AOW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2014:1247
Samenvatting
Verzet gegrond. Appellant is niet in verzuim geweest.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Datum uitspraak: 11 april 2014
13/1676 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 28 februari 2013, 12/2399 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [plaatsnaam], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 23 augustus 2013 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 23 augustus 2013 heeft appellant verzet gedaan.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 23 augustus 2013 berust op de overwegingen dat het
verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 28 mei 2013 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest. Het verzet is daarom gegrond.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 23 augustus 2013 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 april 2014.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) J.A. Achterberg
IvR