Socialezekerheidsrecht
Verzet ongegrond. Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad wordt bij de vaststelling van de dag waarop een…
Centrale Raad van Beroep, 19 november 2014
ECLI:NL:CRVB:2014:3906 · Centrale Raad van Beroep · 19 november 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2014-3906
Zaakgegevens
Op 19 november 2014 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 november 2014
- Datum publicatie
- 25 november 2014
- Zaaknummer
- 14-2990 BABW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2014:3906
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet ongegrond. Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad wordt bij de vaststelling van de dag waarop een brief ter post is bezorgd, uitgegaan van het op de enveloppe geplaatste poststempel, tenzij de verzender aannemelijk maakt dat de brief op een eerdere datum ter post is bezorgd. De enkele verklaring van appellant dat hij het hogerberoepschrift tijdig per post heeft verzonden, is daarvoor niet toereikend.
Uitspraak
Datum uitspraak: 19 november 2014
14/2990 BABW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 7 april 2014, 13/4481 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Waalre
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is niemand verschenen
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 16 juli 2014 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat geen sprake is van overschrijding van de beroepstermijn omdat het hogerberoepschrift tijdig per post is verzonden en de late postbezorging hem niet kan worden verweten. Verder heeft appellant verklaard dat hij de laatste dag van de beroepstermijn niet kon beschikken over zijn fax in verband met externe omstandigheden.
Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad wordt bij de vaststelling van de dag waarop een brief ter post is bezorgd, uitgegaan van het op de enveloppe geplaatste poststempel, tenzij de verzender aannemelijk maakt dat de brief op een eerdere datum ter post is bezorgd. De enkele verklaring van appellant dat hij het hogerberoepschrift tijdig per post heeft verzonden, is daarvoor niet toereikend. Het hogerberoepschrift is daarom niet tijdig ingediend. Dat appellant geen beschikking had over zijn fax is geen omstandigheid op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Ook overigens zijn daarvoor geen aanknopingspunten.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons