Socialezekerheidsrecht

Niet betaald griffierecht. Hogerberoepschrift niet tijdig ingediend. Verzet ongegrond.

Centrale Raad van Beroep, 10 december 2015

Zaakgegevens

Op 10 december 2015 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10 december 2015
Datum publicatie
21 december 2015
Zaaknummer
15/3420 AOW-V
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2015:4673
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Niet betaald griffierecht. Hogerberoepschrift niet tijdig ingediend. Verzet ongegrond.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 december 2015

15/3420 AOW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 november 2014, 14/3778 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Zitting heeft: T.G.M. Simons

Griffier: R.G. van den Berg

Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 25 september 2015 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat hij het griffierecht niet heeft betaald en het hogerberoepschrift niet tijdig heeft ingediend, en redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij het griffierecht wel heeft betaald en dat hij ook bereid is om het griffierecht nogmaals te betalen. Appellant heeft verder aangevoerd dat het hogerberoepschrift binnen de daarvoor geldende termijn is verzonden.

De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van

25 september 2015 onjuist is. Appellant heeft zijn stellingen niet met bewijsstukken onderbouwd. Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte om appellant een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht te gunnen.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal,

De griffier De voorzitter

(getekend) R.G. van den Berg (getekend) T.G.M. Simons

HD