Bestuursrecht overig

College van Beroep voor het bedrijfsleven · Geheimhoudingsbeslissing · Bestuursrecht overig

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22 november 2023

Zaakgegevens

Op 22 november 2023 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
22 november 2023
Datum publicatie
27 november 2023
Zaaknummer
23/1850 en 23/1851
Procedure
Geheimhoudingsbeslissing
ECLI
ECLI:NL:CBB:2023:658
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geheimhoudingsbeslissing

Uitspraak

beslissing

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Zaaknummers 23/1850 en 23/1851

beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de verzoeken om voorlopige voorziening in de zaken van

[naam 1] B.V. ( [naam 2] ), te [woonplaats 1]

(gemachtigden: mr. M.J. Geus en mr. drs. D.P. Kuipers)

en

Autoriteit Consument en Markt (ACM)

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam 3] te [woonplaats 2]

Procesverloop

[naam 2] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 17 augustus 2023 (ECLI:NL:RBROT:2023:7257).

Naar aanleiding van deze uitspraak heeft de ACM op 28 september 2023 een nieuw besluit genomen waarbij zij aan [naam 2] een last onder dwangsom heeft opgelegd.

Met haar besluit van 3 oktober 2023 heeft de ACM aan [naam 2] meegedeeld dat zij een openbare versie van het besluit van 28 september 2023 openbaar zal maken op haar website vergezeld van een nieuwsbericht.

[naam 2] heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De ACM heeft de vertrouwelijke versie van een aantal stukken ingezonden en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) meegedeeld dat uitsluitend de voorzieningenrechter kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Het gaat om:

  • een bijlage (een Excel bestand, aangeleverd op een USB-stick) bij het auditrapport Aangetekende brieven huisadres van 6 juli 2023 van [naam 2] (stuk 31);

  • een bijlage (lijst met namen en handtekeningen) bij het rapport Aangetekende Brieven, Test dedicated netwerk van 23 augustus 2023 van [naam 2] (stuk 37).

[naam 2] heeft aanvullend op de mededeling van de ACM verzocht om meer stukken op grond van artikel 8:29 van de Awb alleen ter kennisname van de voorzieningenrechter te laten komen.

Het gaat om:

  • Plan van aanpak aangetekende brieven van 27 juni 2023 van [naam 2] (stuk 27a). NB dit stuk is tweemaal bijgevoegd.

  • Rapport van [naam 2] van 6 juli 2023: Aangetekende brieven huisadres (NL), operational audit (bijlage 1 bij stuk 31).

  • Rapport van [naam 2] van 7 juni 2023: Ketenoverleg aangetekende brieven (bijlage bij stuk 33).

  • Rapport van [naam 2] van 20 februari 2023: Kwaliteitsissues aangetekende brieven (bijlage bij stuk 37).

  • Rapport van [naam 2] van 23 augustus 2023: Aangetekende brieven, Test dedicated netwerk (bijlage bij stuk 37).

  • Rapport van [naam 2] van 23 augustus 2023: [naam 4] last-mile operator [naam 5] (bijlage bij stuk 37).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de voorzieningenrechter of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft de voorzieningenrechter een rechter-commissaris opgedragen deze beslissing te nemen.

2 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat de voorzieningenrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een of meer andere partijen onevenredig schaden, terwijl de ACM er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft. Onder concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens vallen ook gegevens die, hoewel zelf niet als bedrijfsgegevens aan te merken, niettemin inzicht kunnen bieden in de door betrokkene(n) voorgestane (markt)strategie.

Beoordeling vertrouwelijkheidsclaim van de ACM

3 De ACM heeft als reden voor de beperking van de kennisneming van de stukken 31 en 37 gegeven de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de in deze stukken genoemde personen.

4 De rechter-commissaris oordeelt dat beperking van de kennisneming van de stukken 31 en 37 om deze reden gerechtvaardigd is. Deze stukken bevatten persoonsgegevens van verschillende niet bij deze procedure betrokken personen. Deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat kennisneming van deze informatie door alle partijen tot een onevenredig nadeel voor betrokkenen zal kunnen leiden en een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer tot gevolg zal kunnen hebben. De rechter-commissaris heeft verder meegewogen het belang van de ACM ook in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft.

Beperking van de kennisneming niet gerechtvaardigd

5 De rechter-commissaris constateert evenwel dat in het excelbestand bij stuk 31 niet alleen persoonsgegevens zwart gemaakt zijn, maar ook enkele vakjes in de kolommen met ja en nee. De ACM heeft niet gemotiveerd waarom alleen de voorzieningenrechter kennis zou mogen nemen van deze gegevens. Op dit punt is beperking van de kennisneming van stuk 31 niet gerechtvaardigd. De ACM is verplicht dit stuk in te sturen en moet een nieuwe niet-vertrouwelijke versie van dit stuk aan de voorzieningenrechter en de andere partijen toesturen. Daarbij merkt de rechter-commissaris op dat het excelbestand op de USB-stuk waar het om gaat klein is en daarom verzoekt de rechter-commissaris om de nieuwe niet-vertrouwelijke versie van dit excelbestand op papier aan de voorzieningenrechter en de andere partijen toe te sturen. Stuurt de ACM geen nieuwe niet-vertrouwelijke versie van dit stuk in, dan kan de voorzieningenrechter daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomen.

Aanvullende vertrouwelijkheidsclaim van [naam 2]

6 [naam 2] heeft aanvullend op de mededeling van de ACM verzocht om ook de kennisneming te beperken van de stukken 27a (dubbel), 31, 33 en 37, omdat in deze stukken bedrijfsvertrouwelijke gegevens staan en namen van medewerkers die niet bij de procedure betrokken zijn.

7 De ACM is van mening dat voor deze stukken geen beperking van de kennisneming nodig is. De ACM stelt zich op het standpunt dat van bedrijfsvertrouwelijkheid ten opzichte van de derde-partij geen sprake kan zijn, omdat de derde-partij geen concurrent van [naam 2] is, maar een consument die gebruik maakt van de diensten van [naam 2] .

8 De rechter-commissaris oordeelt dat de beoordeling of beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is niet afhankelijk gesteld kan worden van de hoedanigheid van een partij, omdat het nooit uit te sluiten is dat zich in een procedure nog andere partijen aandienen, door wie kennisname van deze stukken vanwege de bedrijfsvertrouwelijkheid van de gegevens niet wenselijk geacht wordt.

9 De rechter-commissaris zal de aanvullende vertrouwelijkheidsclaim van [naam 2] daarom beoordelen, als zou deze door de ACM zijn gedaan. De rechter-commissaris sluit daarbij aan bij een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4222), waarin is geoordeeld dat een redelijke uitleg van artikel 8:29 van de Awb meebrengt dat ook een partij zo’n verzoek kan doen als het bestuursorgaan dat nalaat bij toezending van de door hem verplicht te overleggen stukken.

10 De rechter-commissaris oordeelt dat beperking van de kennisneming van de stukken 27a (dubbel), 31, 33 en 37 gerechtvaardigd is.

Het gaat om de volgende delen:

  • delen van de bladzijdes 4 en 8 van Plan van aanpak aangetekende brieven van 27 juni 2023 (stuk 27a, dubbel);

  • het rapport van [naam 2] van 6 juli 2023: Aangetekende brieven huisadres (NL), operational audit (bijlage 1 bij stuk 31);

  • delen van de bladzijdes 5, 16, 24, 25, 26 en 30 van het rapport van [naam 2] van 7 juni 2023: Ketenoverleg aangetekende brieven (bijlage bij stuk 33);

  • delen van de bladzijdes 1, 2, 4, 5, 8, 13 tot en met 18 van het rapport van [naam 2] van 20 februari 2023: Kwaliteitsissues aangetekende brieven (bijlage bij stuk 37);

  • delen van de bladzijdes 6, 10, 11, 23 en 25 van het rapport van [naam 2] van 23 augustus 2023: Aangetekende brieven, Test dedicated netwerk (bijlage bij stuk 37);

  • delen van de bladzijdes 3, 9, 14, 15 en 16 van het rapport van [naam 2] van 23 augustus 2023: [naam 4] last-mile operator [naam 5] (bijlage bij stuk 37).

11 Deze stukken bevatten bedrijfsvertrouwelijke gegevens of gegevens waaruit (een deel van) de marktstrategie van betrokkenen zou kunnen worden afgeleid, voor zover al niet zonder meer sprake is van concurrentiegevoelige gegevens. Deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat openbaarmaking van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekker van de gegevens zal kunnen leiden, terwijl kennisneming van deze informatie door de partij die er niet over beschikt niet noodzakelijk is om haar belangen naar behoren te kunnen bepleiten.

12 Daarnaast bevatten deze stukken gegevens van personen die niet bij de procedure betrokken zijn. Kennisneming van deze informatie door alle partijen kan tot een onevenredig nadeel voor betrokkenen leiden en kan een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer tot gevolg hebben.

13 Omdat de rechter-commissaris ook voor deze stukken beperking van de kennisneming gerechtvaardigd heeft geoordeeld, mag de derde-partij niet volledig kennisnemen van deze stukken. De rechter-commissaris draagt de derde-partij daarom op om deze stukken terug te geven aan de voorzieningenrechter. Het meest praktisch is dat hij de vertrouwelijke versies van de stukken 27a (dubbel), 31, 33 en 37 op de zitting aan de griffier overhandigt. De derde-partij moet zich beperken tot het kennis nemen van de niet-vertrouwelijke versies van deze stukken, die al aan hem zijn toegestuurd. Zoals ook de voorzieningenrechter al aan de derde-partij heeft meegedeeld moet de derde-partij de vertrouwelijke versies van deze stukken geheimhouden.

Toestemming

14 Voor zover de rechter-commissaris de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd oordeelt, kan de voorzieningenrechter alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. Omdat het gaat om stukken van [naam 2] hoeft [naam 2] geen toestemming te geven. De rechter-commissaris verzoekt daarom alleen aan de derde-partij om kenbaar te maken of hij ermee instemt dat de voorzieningenrechter mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken 27a (dubbel), 31, 33 en 37 uitspraak doet op de verzoeken om een voorlopige voorziening. De derde-partij kan deze toestemming schriftelijk geven, maar hij kan die ook geven op de zitting.

Beslissing

De rechter-commissaris:

- beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken 27a (dubbel), 31, 33 en 37 gerechtvaardigd is;

- verzoekt de derde-partij om uiterlijk op de zitting van 29 november 2023 aan de voorzieningenrechter kenbaar te maken of hij ermee instemt dat de voorzieningenrechter mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken 27a (dubbel), 31, 33 en 37 uitspraak doet op de verzoeken om voorlopige voorziening;

- beslist, voor zover het gaat om andere gegevens dan persoonsgegevens, dat de beperking van de kennisneming van het op een USB-stick aangeleverde excelbestand bij stuk 31 niet gerechtvaardigd is;

- verzoekt de ACM om een nieuwe niet-vertrouwelijke versie van het desbetreffende excelbestand op papier aan de voorzieningenrechter en de andere partijen toe te sturen.

Aldus genomen door mr. T. Pavicevic, in tegenwoordigheid van mr. M.B. van Zantvoort als griffier, op 22 november 2023. .

w.g. T. Pavicevic De griffier is verhinderd te ondertekenen.