Bestuursrecht overig
8:29-beslissing in beroepen over de Prestatie- en tariefbeschikking Geestelijke Gezondheidszorg en…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31 mei 2024
ECLI:NL:CBB:2024:490 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 31 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/geheimhoudingsbeslissing/ecli-nl-cbb-2024-490
Zaakgegevens
Op 31 mei 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 31 mei 2024
- Datum publicatie
- 16 juli 2024
- Zaaknummer
- 23/1602, 23/1643, 23/1679 en 23/1680
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- GeheimhoudingsbeslissingGeheimhoudingsbeslissingDe bestuursrechter beslist of bepaalde stukken alleen voor de rechter mogen blijven, en niet voor de andere partij.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2024:490
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:29-beslissing in beroepen over de Prestatie- en tariefbeschikking Geestelijke Gezondheidszorg en Forensische Zorg.
Uitspraak
beslissing
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummers: 23/1602, 23/1643, 23/1679 en 23/1680
beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaken tussen
23 1602
Stichting De Forensische Zorgspecialisten, te Utrecht (DFZS)
(gemachtigden: mr. D.W.L.A. Schrijvershof en mr. L.A.J.M. Peeters)
en
de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
(gemachtigden: mr. F.J.H. van Tienen en mr. B.R. Boerboom).
23/1643
Stichting ARQ Centrum '45, te Diemen (ARQ)
(gemachtigde: drs. A. Osinga)
en
NZa
23/1679 en 23/1680
De Nederlandse ggz, te Amersfoort, de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, te Utrecht, Meer GGZ, te Leidschendam (de Verenigingen)
(gemachtigde: mr. J.J. Rijken)
en
NZa
23/1602, 23/1643, 23/1679 en 23/1680
Als derde-partijen hebben aan de gedingen deelgenomen:
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V, Interpolis Zorgverzekeringen N.V., FBTO Zorgverzekeringen N.V. en De Friesland N.V., te Leiden (Zilveren Kruis)
(gemachtigden: mr. J.M.Y. van Beijeren en mr. D. Hooft Graafland)
VGZ Zorgverzekeraar N.V., IZA Zorgverzekeraar N.V., N.V. Univé Zorg en N.V. Zorgverzekeraar UMC, te Arnhem (VGZ)(gemachtigde: mr. D. Hooft Graafland)
Procesverloop
DFZS, ARQ en de Verenigingen hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de NZa van
12 juli 2023, waarbij hun bezwaren tegen de Prestatie- en tariefbeschikking Geestelijke Gezondheidszorg en Forensische Zorg (2023) ongegrond zijn verklaard. De Verenigingen hebben ook beroep ingesteld tegen het besluit van 12 juli 2023, waarbij hun bezwaar tegen de Prestatie- en tariefbeschikking Geestelijke Gezondheidszorg en Forensische Zorg (2022) ongegrond is verklaard.
De NZa heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken ingezonden en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken. De NZa heeft verzocht om beperking van de kennisneming van een aantal passages ten aanzien van de derde-partijen (de zorgverzekeraars).
Het betreft (delen van) de volgende stukken:
- A1 Bezwaarschrift van ARQ;
- A2 Pleitnota van ARQ;
- A3 Aanvullende pleitnota van ARQ;
- C2 Aanvullende bezwaargronden van DFZS;
- C3 verslag hoorzitting DFZS.
De zorgverzekeraars hebben desgevraagd medegedeeld dat zij, indien de rechter-commissaris beslist dat de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, erin toestemmen dat het College mede op de grondslag van die stukken uitspraak doet.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College een rechter-commissaris opgedragen deze beslissing te nemen.
2 De rechter-commissaris oordeelt dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de genoemde delen van de stukken A1, A2, A3, C2 en C3 gerechtvaardigd is. De rechter-commissaris onderschrijft de motivering die de NZa aan haar verzoek tot beperking van de kennisneming van deze stukken, die zij van ARQ en DFZS heeft ontvangen, ten grondslag heeft gelegd. De rechter-commissaris heeft vastgesteld dat de stukken gegevens bevatten die vertrouwelijk moeten blijven omdat openbaarmaking van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekkers van de gegevens zal kunnen leiden, terwijl kennisneming van deze informatie door de partijen die er niet over beschikken, niet noodzakelijk is om hun belangen naar behoren te kunnen bepleiten.
3 Gelet op de instemming van de zorgverzekeraars kan het College mede op de grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken A1, A2, A3, C2 en C3 uitspraak doen.
Beslissing
De rechter-commissaris beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken A1, A2, A3, C2 en C3 gerechtvaardigd is.
Aldus genomen door mr. T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van mr. M.G. Ligthart als griffier, op 31 mei 2024.
w.g. T.G.M. Simons w.g. M.G. Ligthart