Bestuursrecht overig

TVL Q3 2021, afwijzing, vestigingsvereiste. Mondelinge uitspraak, beroep ongegrond.

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24 juli 2023

Zaakgegevens

Op 24 juli 2023 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
24 juli 2023
Datum publicatie
26 juli 2023
Zaaknummer
22/1324
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:CBB:2023:405
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

TVL Q3 2021, afwijzing, vestigingsvereiste. Mondelinge uitspraak, beroep ongegrond.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/1324

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2023 in de zaak tussen

Tech Move International B.V., te Bergen op Zoom, (de onderneming)

(gemachtigde: mr. R.A. Gerlings)

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister)

(gemachtigde: mr. C. Zieleman en mr. M.P. Beudeker).

Procesverloop

Met het besluit van 13 december 2021 (het afwijzingsbesluit) heeft de minister de aanvraag van de onderneming voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor de periode Q3 2021 afgewezen.

Met het besluit van 3 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard.

De onderneming heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting was op 24 juli 2023. Aan de zitting hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

  1. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat de onderneming niet voldoet aan het vestigingsvereiste. Naar het oordeel van het College vindt de minister terecht dat er geen sprake is van duurzame uitoefening van activiteiten op het vestigingsadres van de onderneming. Nog daargelaten welke werkzaamheden er in september 2021 op dat adres uitgevoerd zouden zijn, kan niet gesproken worden van duurzame uitoefening als er gedurende slechts één maand activiteiten zijn verricht.

  2. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2023.

w.g. B. Bastein w.g. A.A. Dijk