Bestuursrecht overig
Omzetverlies minder dan 30%. Geen bijzondere omstandigheden om af te wijken van de 30%-grens.
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17 juli 2023
ECLI:NL:CBB:2023:461 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 17 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-cbb-2023-461
Zaakgegevens
Op 17 juli 2023 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 juli 2023
- Datum publicatie
- 31 augustus 2023
- Zaaknummer
- 22/1280
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2023:461
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Omzetverlies minder dan 30%. Geen bijzondere omstandigheden om af te wijken van de 30%-grens.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1280
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2023 in de zaak tussen
De Groene Vlinder Tilburg B.V., te Tilburg (de vennootschap)
(gemachtigden: [naam 1] en [naam 2] )
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat
(gemachtigden: mr. drs. G.O. Hoeksma en mr. S.F. Hu)
Procesverloop
De minister heeft de aan de vennootschap verleende subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021 vastgesteld op € 0 en het aan de vennootschap betaalde voorschot teruggevorderd.
De vennootschap heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Dit bezwaar heeft de minister met zijn besluit van 3 juni 2022 ongegrond verklaard (het bestreden besluit).
De vennootschap heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 17 juli 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigden van de vennootschap en [naam 3] , en de gemachtigden van de minister.
Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. In de TVL is bepaald dat om voor de tegemoetkoming in aanmerking te komen sprake moet zijn van een omzetverlies van ten minste 30% ten opzichte van de referentieperiode.
2. De minister heeft de TVL-subsidie vastgesteld op nihil en de betaalde voorschotten teruggevorderd omdat de vennootschap in de subsidieperiode minder dan 30% omzetverlies had ten opzichte van de referteperiode, namelijk 28,9%.
3. De vennootschap betwist niet dat haar omzetverlies 28,9% is en ook niet dat de minister daarom niet anders kon dan de betaalde voorschotten terugvorderen. Zij vindt alleen dat de grens van 30% voor haar niet eerlijk uitpakt en dat de minister de regeling ook in haar geval had moeten toepassen. De vennootschap heeft namelijk vanaf het begin van de horecasluiting er alles aan gedaan om de omzet te vergroten en haar medewerkers aan het werk te houden. Ze is onder meer begonnen met het thuisbezorgen van maaltijden en ze heeft een tijdelijke ijssalon en een pop-upstore geopend. Zij haar personeel ingezet voor onderhoudswerkzaamheden en een van haar personeelsleden gedetacheerd. De vennootschap vindt dat zij door de strikte handhaving van de grens van 30% gestraft wordt voor haar ondernemerschap.
4. Hoewel het College begrijpt dat het voor de vennootschap frustrerend is dat zij door haar eigen activiteiten geen recht heeft op de tegemoetkoming, vindt het College dat de minister terecht vindt dat dat niet tot gevolg kan hebben dat zij die toch ontvangt terwijl zij niet aan de voorwaarde van ten minste 30% omzetverlies voldoet. Zoals het College al eerder heeft geoordeeld is het net niet voldoen aan het vereiste omzetverlies ook geen omstandigheid waardoor het besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Daarom is het beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. M.B. van Zantvoort, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2023.
w.g. B. Basteinw.g. M.B. van Zantvoort