Bestuursrecht overig

Het beroep is ongegrond. De TVL schrijft voor dat Q4 van 2019 in dit geval de referentieperiode is. De…

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12 februari 2024

Zaakgegevens

Op 12 februari 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
12 februari 2024
Datum publicatie
20 februari 2024
Zaaknummer
22/2576
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:CBB:2024:123
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het beroep is ongegrond. De TVL schrijft voor dat Q4 van 2019 in dit geval de referentieperiode is. De minister heeft november 2019, december 2019 en januari 2020 als referentieperiode gebruikt en aan de hand daarvan een subsidie vastgesteld van € 17.378,25. De minister heeft dus niet de juiste referentieperiode gebruikt, maar deze fout is in het voordeel van de onderneming en de minister heeft toegezegd deze fout niet te zullen herstellen.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 juli 2022

    ECLI:NL:RBZWB:2022:3711
  2. College van Beroep voor het bedrijfsleven · 12 februari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:CBB:2024:123

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/2576

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2024


Rechter: mr. R.W.L. Koopmans

Griffier: mr. A.M. Slierendrecht

Partijen

[naam] , te [plaats] , (de onderneming)

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen en mr. F. Tarrahi

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat de onderneming op 30 september 2019 is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Zij heeft een subsidie aangevraagd voor Q1 van 2021.

2 De Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID19 (TVL) schrijft voor dat de referentieperiode het eerste gehele kalenderkwartaal volgend op de maand van inschrijving in het handelsregister is. In dit geval is dat dus Q4 van 2019.

3 De minister heeft november 2019, december 2019 en januari 2020 als referentieperiode gebruikt en aan de hand daarvan een subsidie vastgesteld van € 17.378,25. De minister heeft dus niet de juiste referentieperiode gebruikt, maar deze fout is in het voordeel van de onderneming: de referentieomzet die de minister heeft gebruikt leidt tot een hogere subsidie dan de juiste referentieomzet. De minister heeft toegezegd deze fout niet te zullen herstellen.

4 De uitspraak van het College van 31 augustus 2021 (ECLI:NL:CBB:2021:845) maakt het oordeel niet anders, omdat die uitspraak gaat over een eerdere versie van de TVL, waarin nog niet duidelijk stond wat onder de start van de activiteiten moet worden verstaan. In dit geval is duidelijk dat de datum van inschrijving in het handelsregister bepalend is.

w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.M. Slierendrecht