Bestuursrecht overig
De ondernemer voldoet niet aan de inschrijvingseis, gelet op de inschrijfdatum van zijn onderneming in het…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27 juni 2024
ECLI:NL:CBB:2024:495 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 27 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-cbb-2024-495
Zaakgegevens
Op 27 juni 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 27 juni 2024
- Datum publicatie
- 17 juli 2024
- Zaaknummer
- 23/533 en 23/534
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2024:495
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De ondernemer voldoet niet aan de inschrijvingseis, gelet op de inschrijfdatum van zijn onderneming in het handelsregister. De minister heeft de aanvragen van de ondernemer voor subsidie op grond van de TVL-startersregeling terecht afgewezen. Beroepen ongegrond.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummers: 23/533 en 23/534
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juni 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. F. Willems
Partijen
[naam 1] handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] (ondernemer), waarvoor aanwezig zijn de ondernemer en [naam 3]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. M. Achalhi en mr. P. van Veen
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De ondernemer heeft zijn onderneming op 26 september 2017 ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Op 21 mei 2021 heeft hij zijn pizzeria ingeschreven als nevenvestiging. Op 28 juni 2022 heeft de ondernemer aanvragen gedaan voor subsidie voor Q 4 van 2021 en Q1 van 2022 op grond van hoofdstuk 2a van de TVL (subsidie voor startende ondernemingen, hierna TVL-startersregeling).
2 Gelet op de inschrijfdatum in het handelsregister van zijn onderneming, voldoet de ondernemer niet aan de inschrijvingseis die geldt voor de kwartalen waarvoor subsidie is aangevraagd. Op grond van artikelen 2a.1.5 en 2a.2.5, eerste lid, aanhef en onder a, van de TVL-startersregeling moeten de aanvragen dan worden afgewezen.
3 Dat de ondernemer zijn pizzeria pas op 21 mei 2021 heeft ingeschreven in het handelsregister en daarmee pas op 1 juli 2021 is gestart, maakt dit niet anders. De ondernemer heeft tijdens de zitting verklaard dat hij in de periode tussen zijn eerste inschrijving en de inschrijving van zijn pizzeria heeft geprobeerd om aan de slag te gaan als adviseur voor horecaondernemingen, activiteiten heeft ontplooid met betrekking tot de verwerving van een restaurant, is gestart met de verbouwing van de pizzeria en afhaalmaaltijden voor de pizzeria heeft verzorgd. De ondernemer heeft dus vanaf het moment van inschrijving in het handelsregister activiteiten ontplooid als ondernemer. Het maakt daarbij niet uit of hij hiervoor wel of geen inkomsten heeft gegenereerd.
4 De ondernemer heeft geen (andere) bijzondere omstandigheden gesteld waarom in zijn geval van de TVL-startersregeling moet worden afgeweken. De minister heeft de aanvragen terecht afgewezen.
w.g. B. Bastein w.g. F. Willems