Bestuursrecht overig
Beroep ongegrond. De minister heeft terecht het subsidievaststellingsbesluit gewijzigd en subsidie…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 8 juli 2024
ECLI:NL:CBB:2024:530 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 8 juli 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-cbb-2024-530
Zaakgegevens
Op 8 juli 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 8 juli 2024
- Datum publicatie
- 26 juli 2024
- Zaaknummer
- 22/342
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2024:530
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep ongegrond. De minister heeft terecht het subsidievaststellingsbesluit gewijzigd en subsidie teruggevorderd, omdat appellant niet heeft voldaan aan de in artikel 2.19, eerste lid, aanhef en onder c, van de Regeling Europese EZ-subsidies opgenomen instandhoudingsverplichting. Niet in geschil is dat appellant, ter vervanging van de in verband met subsidie gedane investering in vissersvaartuig WR 8 YR, de vissersvaartuigen WR 15 en WR 72 heeft gekocht, die ten tijde van de subsidieaanvraag ouder waren dan 30 jaar. Hiermee heeft appellant een substantiële verandering aangebracht in de subsidievoorwaarden waardoor de oorspronkelijke doelstellingen zijn ondermijnd.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/342
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 8 juli 2024
Rechters: mr. R.W.L. Koopmans, mr. B. Bastein en mr. M.J. Jacobs
Griffier: mr. H. Caglayankaya
Partijen
[naam] , te [plaats] , die niet is verschenen op de zitting
en
minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, voor wie mr. drs. P.J. Kooiman en ing. G.C.J. van Rooijen op de zitting zijn verschenen
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De minister heeft terecht het subsidievaststellingsbesluit gewijzigd en subsidie teruggevorderd, omdat [naam] niet heeft voldaan aan de in artikel 2.19, eerste lid, aanhef en onder c, van de Regeling Europese EZ-subsidies opgenomen instandhoudingsverplichting.
2 De instandhoudingsplicht houdt in, voor zover hier relevant, dat een met subsidie aangeschaft vissersvaartuig gedurende vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de laatste subsidiebetaling, geen substantiële verandering mag ondergaan waardoor niet meer aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan en waardoor de oorspronkelijke doelstellingen worden ondermijnd. Eén van de subsidievoorwaarden is dat een vissersvaartuig ten tijde van de subsidieaanvraag maximaal 30 jaar oud is.
3 Niet in geschil is dat [naam] , ter vervanging van de in verband met subsidie gedane investering in vissersvaartuig [… 1] , de vissersvaartuigen [… 2] en [… 3] heeft gekocht, die ten tijde van de subsidieaanvraag ouder waren dan 30 jaar. Hiermee heeft [naam] een substantiële verandering aangebracht in de subsidievoorwaarden waardoor de oorspronkelijke doelstellingen zijn ondermijnd.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. H. Caglayankaya