Bestuursrecht overig
Beroep niet-ontvankelijk. Beroep te laat, het als beroep bedoelde bezwaarschrift dat is gestuurd aan de…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19 augustus 2024
ECLI:NL:CBB:2024:610 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 19 augustus 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-cbb-2024-610
Zaakgegevens
Op 19 augustus 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 augustus 2024
- Datum publicatie
- 28 augustus 2024
- Zaaknummer
- 23/768
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2024:610
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep niet-ontvankelijk. Beroep te laat, het als beroep bedoelde bezwaarschrift dat is gestuurd aan de minister heeft de minister niet ontvangen. De ondernemer heeft niet aannemelijk gemaakt dat het bezwaarschrift daadwerkelijk is verzonden.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/768
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 augustus 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. P.M. Beishuizen
Partijen
[naam 1] handelend onder de naam [naam 2] te [plaats] (ondernemer) waarvoor aanwezig zijn mr. M. de Jong en [naam 1]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. S.F. Hu en mr. S. Piron
Beslissing
Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Het gaat in deze zaak over de vraag of de ondernemer tijdig beroep heeft ingesteld tegen het besluit van de minister van 2 december 2022. Volgens de ondernemer heeft hij op 2 januari 2023 een bezwaarschrift naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland verstuurd tegen dat besluit. Op 6 maart 2023 heeft de gemachtigde van de ondernemer tegen het besluit ook nog beroep ingesteld bij het College. Daarbij heeft hij verwezen naar het binnen de beroepstermijn ingediende bezwaarschrift en gesteld dat de minister dit had moeten opvatten als een beroepschrift en had moeten doorsturen naar het College. De minister heeft te kennen gegeven dat hij het bezwaarschrift niet heeft ontvangen.
2 Naar het oordeel van het College heeft de ondernemer niet tijdig beroep ingesteld tegen het besluit van 2 december 2022. Allereerst staat vast dat het door de gemachtigde ingediende beroepschrift pas na afloop van de beroepstermijn is ingediend. Verder heeft de ondernemer niet aannemelijk gemaakt dat het bezwaarschrift van 2 januari 2023 daadwerkelijk is verstuurd.. Het bezwaarschrift is niet per aangetekende post verzonden en de enkele mededeling dat de vriendin van de ondernemer het bezwaarschrift heeft verzonden, is onvoldoende om de verzending aannemelijk te maken. Dat de onderneming een aantal keer contact heeft opgenomen met de minister, maakt dit niet anders. Ook daarmee heeft de ondernemer niet aannemelijk gemaakt dat zijn vriendin het bezwaarschrift per post heeft verzonden.
w.g. B. Bastein w.g. P.M. Beishuizen