Bestuursrecht overig
ISDE subsidies terecht op nihil vastgesteld
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12 januari 2024
ECLI:NL:CBB:2024:73 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 12 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-cbb-2024-73
Zaakgegevens
Op 12 januari 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 12 januari 2024
- Datum publicatie
- 6 februari 2024
- Zaaknummer
- 23/1054 en 23/1055
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2024:73
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
ISDE subsidies terecht op nihil vastgesteld
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummers: 23/1054 en 23/1055
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
12 januari 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. J.W.E. Pinckaers
Partijen
[naam 1] en [naam 2] (appellanten) te [plaats 1] , die ter zitting zijn verschenen
en
de minister voor Klimaat en Energie, voor wie mr. J. van Essen ter zitting is verschenen.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Appellanten hebben op 1 augustus 2022 ieder een ISDE-subsidie aangevraagd voor twee warmtepompen, die ook is verleend. De minister heeft de subsidies vervolgens terecht op nihil vastgesteld omdat de aanschaf van de warmtepompen had plaatsgevonden voordat de subsidies waren aangevraagd.
2. Uit de offerte van 25 maart 2022 en de factuur van 19 april 2022 van Ster Airco aan aannemersbedrijf [naam 2] blijkt dat de warmtepompen zijn aangeschaft voor het bedrijfspand van [naam 1] aan de [adres 1] in [plaats 2] en het bedrijfspand van [naam 2] aan de [adres 2] in [plaats 2] . Daarom is de minister voor de beoordeling of de subsidies voor of na de aanschaf van de warmtepompen zijn aangevraagd terecht van deze data uitgegaan, en niet van de data na de subsidieaanvraag waar appellanten een beroep op doen.
w.g. B. Bastein w.g. J.W.E. Pinckaers