Bestuursrecht overig

Mondelinge uitspraak. TVL Q1 2022, aanvraag te laat, afwijzing niet onevenredig. Beroep ongegrond.

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30 september 2024

Zaakgegevens

Op 30 september 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
30 september 2024
Datum publicatie
17 oktober 2024
Zaaknummer
23/947
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:CBB:2024:739
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. TVL Q1 2022, aanvraag te laat, afwijzing niet onevenredig. Beroep ongegrond.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 23/947

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
30 september 2024


Rechter: mr. R.W.L. Koopmans

Griffier: mr. A.A. Dijk

Partijen

[naam 1] B.V., te ‘s Gravenhage (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]

en

de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. M. Achalhi en
mr. T. Khidous

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

  1. Een subsidieaanvraag voor Q1 van 2022 kon worden ingediend in de periode van
    28 februari 2022 tot en met 31 maart 2022. Vast staat dat de onderneming binnen deze periode geen aanvraag heeft ingediend. Dat heeft zij pas op 21 april 2022 gedaan.

  2. Het College is het met de minister eens dat het afwijzen van de aanvraag in dit geval niet onevenredig is. De aanvraagperiode was voor dit kwartaal korter dan voor eerdere kwartalen, maar het College heeft in eerdere uitspraken al geoordeeld dat dat niet onrechtmatig is. De eigenaar had in de aanvraagperiode weliswaar corona, maar niet is gebleken dat hij de gehele periode niet in staat was om een aanvraag te doen.

  3. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel is onvoldoende concreet en slaagt daarom niet.

  4. Het beroep is ongegrond.

w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk