Bestuursrecht overig
Mondelinge uitspraak. TVL Q4 2021, verlening. Geen recht op hoger vaste lasten percentage. Beroep ongegrond.
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30 september 2024
ECLI:NL:CBB:2024:741 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 30 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-cbb-2024-741
Zaakgegevens
Op 30 september 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 30 september 2024
- Datum publicatie
- 18 oktober 2024
- Zaaknummer
- 23/719
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2024:741
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mondelinge uitspraak. TVL Q4 2021, verlening. Geen recht op hoger vaste lasten percentage. Beroep ongegrond.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/719
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
30 september 2024
Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. A.A. Dijk
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats] , (de onderneming), waarvoor aanwezig zijn [naam 2] en [naam 3]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. M. Achalhi en
mr. T. Khidous
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
-
De minister heeft aan de onderneming een subsidie verleend op grond van de TVL voor het vierde kwartaal (Q4) van 2021. De minister heeft de subsidie vastgesteld op
€ 118.333,38. Bij de berekening is de minister uitgegaan van het percentage vaste lasten dat hoort bij SBI-code 46.34 Groothandel in dranken (geen zuivel) (11%). -
De onderneming vindt dat de minister een hoger percentage had moeten hanteren en dat zij dus recht heeft op een hogere subsidie, omdat zij meer omzetverlies heeft geleden dan andere groothandels doordat zij niet levert aan particulieren. Daarnaast wijst zij erop dat voor haar afnemers (met name de horeca) een hoger percentage wordt gehanteerd, terwijl zij net zoveel omzetverlies heeft geleden.
-
De regelgever heeft gekozen voor een forfaitair systeem om de vaste lasten van ondernemingen te berekenen. Dit is een bewuste keuze van de regelgever geweest, om zo de TVL uitvoerbaar te houden en de administratieve lasten te beperken. Het College heeft al vaker geoordeeld dat deze keuze niet maakt dat de TVL in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Ook in dit geval is het College daarom van oordeel dat de minister de hoogte van de subsidie moest berekenen aan de hand van het percentage dat hoort bij de SBI-code waarmee de onderneming op 15 maart 2020 stond ingeschreven. Het enkele feit dat de onderneming op grond van haar SBI-code niet in aanmerking komt voor een hogere subsidie, maakt niet dat het bestreden besluit onevenredige gevolgen heeft.
-
Het beroep is ongegrond.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk