Bestuursrecht overig
aanvragen te laat ingediend, dat zij het heeft uitbesteed aan een extern bureau dat de aanvragen kennelijk te…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 1 oktober 2024
ECLI:NL:CBB:2024:761 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 1 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-cbb-2024-761
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2024
- Datum publicatie
- 25 oktober 2024
- Zaaknummer
- 23/897 en 23/898
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2024:761
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
aanvragen te laat ingediend, dat zij het heeft uitbesteed aan een extern bureau dat de aanvragen kennelijk te laat heeft ingediend, komt voor haar rekening en risico
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummers: 23/897 en 23/898
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. P.M. Beishuizen
Partijen
[naam 1] B.V. te [plaats] (onderneming) waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken vertegenwoordigd door mr. A.M.D. Dijkstra en mr. S. Piron
Beslissing
Het College verklaart de beroepen ongegrond.
Overwegingen
1. De minister heeft de aanvragen van de onderneming voor subsidie op grond van de TVL voor de kwartalen Q3 2021 en Q1 2022 afgewezen. De onderneming heeft de aanvragen namelijk buiten de aanvraagperioden ingediend. De onderneming is het niet eens met de afwijzingen. Volgens de onderneming zijn de afwijzingen onevenredig.
2 Het College geeft de onderneming geen gelijk. In dit geval is het afwijzen van de aanvragen niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die maken dat de afwijzingen van de aanvragen onredelijk bezwarend zijn voor de onderneming. De onderneming had namelijk binnen de aanvraagperiode aanvragen kunnen indienen. Dat zij het doen van aanvragen heeft uitbesteed aan een extern bureau, dat kennelijk de aanvragen niet tijdig heeft ingediend, is geen bijzondere omstandigheid. Het College heeft al eerder geoordeeld (vergelijk bijvoorbeeld de uitspraak van 26 maart 2024 ECLI:NL:CBB:2024:217) dat dit voor rekening en risico van de onderneming komt.
w.g. B. Bastein w.g. P.M. Beishuizen