Bestuursrecht overig
TVL. Mondelinge uitspraak. Aanvraag te laat. Afwijzen van de aanvraag is niet onevenredig. Zware hoofdpijn en…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 8 oktober 2024
ECLI:NL:CBB:2024:765 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 8 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-cbb-2024-765
Zaakgegevens
Op 8 oktober 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2024
- Datum publicatie
- 25 oktober 2024
- Zaaknummer
- 23/786
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2024:765
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
TVL. Mondelinge uitspraak. Aanvraag te laat. Afwijzen van de aanvraag is niet onevenredig. Zware hoofdpijn en duizeligheid zijn geen ernstige persoonlijke omstandigheid. Klachten veroorzaakt door medicijnen die de ondernemer al 18 jaar slikt. Eerder last van dezelfde klachten. Het lag op de weg van de ondernemer om voor vervanging te zorgen of andere maatregelen te treffen voor het geval de klachten zich voordoen.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/786
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en
mr. J.W.P. van Oosten.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Niet in geschil is dat de aanvraag van de onderneming op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022 te laat is ingediend. De TVL bepaalt dat de aanvraag dan moet worden afgewezen.
2 In gevallen zoals hier aan de orde, waarin een aanvraag te laat is ingediend, beoordeelt de minister of de door de ondernemer aangevoerde omstandigheden aanleiding geven om de ondernemer op grond van het evenredigheidsbeginsel alsnog de mogelijkheid te bieden een aanvraag in te dienen. Het uitgangspunt is de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer, tenzij het tegenwerpen daarvan niet evenredig is. Dan gaat het om ‘ernstige persoonlijke omstandigheden’ of ‘overige omstandigheden’.
3 Het afwijzen van de aanvraag is niet onevenredig. De door de ondernemer aangevoerde omstandigheid dat hij in de laatste dagen van de aanvraagperiode niet kon werken, en dus de aanvraag niet tijdig kon doen, omdat hij op bed lag met zware hoofdpijn en duizeligheid, veroorzaakt door medicijnen die hij slikt, is niet zodanig bijzonder dat deze kan worden gekwalificeerd als een ernstige persoonlijke omstandigheid. De ondernemer slikt deze medicijnen al 18 jaar en heeft eerder last gehad van dezelfde klachten. Het ligt dan op de weg van de ondernemer om voor adequate vervanging te zorgen of andere maatregelen te treffen voor het geval de klachten zich voordoen. Ook van andere omstandigheden die ertoe leiden dat de aanvraag in behandeling moet worden genomen, is niet gebleken. De minister heeft de aanvraag dus terecht afgewezen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. C.D.V. Efstratiades, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.
w.g. B. Bastein w.g. C.D.V. Efstratiades