Bestuursrecht overig

Bijstelling van subsidiebedrag over periode 1 juni 2010 tot en met 31 december 2022. In verleningsbesluit is…

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 21 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 21 oktober 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
21 oktober 2024
Datum publicatie
1 november 2024
Zaaknummer
24/44
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:CBB:2024:788
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bijstelling van subsidiebedrag over periode 1 juni 2010 tot en met 31 december 2022. In verleningsbesluit is duidelijk vermeld dat de subsidie jaarlijks wordt bijgesteld en dat het genoemde bedrag een maximumbedrag is. De berekening van de correctie is verder niet betwist. Het besluit is niet onevenwichtig.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/44

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 oktober 2024

Rechter: mr. H.S.J. Albers

Griffier: mr. D. de Vries

Partijen:

[naam] , te [plaats]

en

de minister van Klimaat en Groene Groei

(gemachtigde: mr. M. Wullink)

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Aan [naam] is op grond van het Besluit Stimulering duurzame energieproductie (SDE) een subsidie verleend voor een zon-pv-installatie.

2 De minister heeft het subsidiebedrag over de periode 1 juni 2010 tot en met 31 december 2022 bijgesteld naar € 10.383,12,-. Volgens [naam] was bij de toekenning van de subsidie onvoldoende duidelijk dat de subsidie zoveel lager dan het genoemde maximum bedrag van € 18.590,- kan worden vastgesteld. Hij voelt zich misleid en verzoekt daarom om toepassing van de menselijke maat.

3 Het College is van oordeel dat in het verleningsbesluit van 28 september 2009 duidelijk is vermeld dat de subsidie ieder jaar kan worden bijgesteld en dat het genoemde bedrag een maximum bedrag is. Hieraan kon [naam] dan ook niet het vertrouwen ontlenen dat de subsidie niet lager zou worden vastgesteld. [naam] betwist de berekening van de correctie niet en stelt ook niet dat de correctie voor hem onredelijk bezwarend is. Het College acht het besluit niet onevenwichtig. Van bijzondere omstandigheden is niet gebleken.

4 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te betalen.

w.g. H.S.J. Albers w.g. D. de Vries