Bestuursrecht overig
Mondelinge uitspraak. TVL. Staatssteungrens voor de groep bereikt, dus geen ruimte meer om aan de onderneming…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17 februari 2025
ECLI:NL:CBB:2025:149 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 17 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-cbb-2025-149
Zaakgegevens
Op 17 februari 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 februari 2025
- Datum publicatie
- 5 maart 2025
- Zaaknummer
- 23/1843
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2025:149
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mondelinge uitspraak. TVL. Staatssteungrens voor de groep bereikt, dus geen ruimte meer om aan de onderneming subsidie te verstrekken. Beroep ongegrond.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1843
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 17 februari 2025
Rechters: mr. R.W.L. Koopmans, mr. B. Bastein en mr. W.J.A.M. van Brussel
Griffier: mr. L.N. Foppen
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats] ( [naam 1] ), waarvoor aanwezig zijn [naam 2] en gemachtigde [naam 3]
en
de minister van Economische Zaken, waarvoor aanwezig zijn mr. M. Achalhi en C. Zieleman
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De minister heeft de subsidie van [naam 1] over het derde kwartaal van 2021 herzien en op nihil vastgesteld en te veel betaalde subsidie teruggevorderd, omdat de staatssteungrens voor de groep is overschreden. [naam 1] en haar moederonderneming [naam 4] B.V. ( [naam 4] ) behoren tot dezelfde groep. Aan [naam 4] is tot en met tweede kwartaal van 2021 een subsidie verstrekt van € 225.000,-. De minister heeft daarbij het staatssteunplafond toegepast dat geldt voor ondernemingen die actief zijn in de primaire productie van landbouwproducten.
2 Het besluit van de minister over het toepasselijke staatssteunplafond [naam 2] staat in rechte vast. Het College komt daarom niet toe aan een beoordeling van het betoog dat bij [naam 4] niet het juiste staatssteunplafond is toegepast. Tussen partijen is verder niet in geschil dat [naam 1] actief is in de primaire productie van landbouwproducten. Dat heeft tot gevolg dat er binnen het geldende staatssteunplafond van € 225.000,- geen ruimte meer is om aan [naam 1] subsidie te verstrekken. Het beroep is om die reden ongegrond.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. L.N. Foppen