Bestuursrecht overig
Verzet te laat ingediend. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die maken dat niet binnen de…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13 maart 2025
ECLI:NL:CBB:2025:235 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 13 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-cbb-2025-235
Zaakgegevens
Op 13 maart 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 13 maart 2025
- Datum publicatie
- 3 april 2025
- Zaaknummer
- 23/948
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2025:235
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet te laat ingediend. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die maken dat niet binnen de termijn verzet kon worden ingesteld. Verzet niet-ontvankelijk.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/948
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2025 op het verzet van
[naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [woonplaats] (ondernemer)
De ondernemer is aanwezig, bijgestaan door [naam 3] . Voor de minister van Economische Zaken is aanwezig mr. P. van Veen.
Rechter: mr. M. Schoneveld
Griffier: mr. I.E. van de Geest
Beslissing
Het College verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. De ondernemer heeft tegen het besluit van 23 maart 2023 van de Minister beroep ingesteld. Bij uitspraak van 16 juli 2024 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, dat beroep ongegrond verklaard. De ondernemer heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan en heeft verzocht om te worden gehoord.
2 Het verzet is te laat ingediend. De termijn voor het indienen van verzet liep tot en met 27 augustus 2024. Het verzetschrift is gedateerd op 16 september 2024 en is door het College ontvangen op 18 september 2024. De overschrijding van de termijn is aan de ondernemer toe te rekenen. De ondernemer heeft aangegeven de uitspraak op 19 juli 2024 te hebben ontvangen. Hij ging de dag daarna op (zomer)vakantie en was weer terug op 11 augustus 2024. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die maken dat niet binnen de termijn verzet kon worden ingesteld.
3 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
w.g. M. Schoneveld w.g. I.E. van de Geest
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Dit betekent dat de procedure hiermee is geëindigd.