Bestuursrecht overig
Aanvraag om S&O-verklaring buiten behandeling gesteld. Beroep niet-ontvankelijk. Geen procesbelang.
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22 januari 2025
ECLI:NL:CBB:2025:39 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 22 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-cbb-2025-39
Zaakgegevens
Op 22 januari 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 22 januari 2025
- Datum publicatie
- 24 januari 2025
- Zaaknummer
- 23/1651
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2025:39
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanvraag om S&O-verklaring buiten behandeling gesteld. Beroep niet-ontvankelijk. Geen procesbelang.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1651
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van
22 januari 2025 in de zaak tussen
[BV] te [plaats] (BV)
(gemachtigde: [naam] )
en
de minister van Economische Zaken
(gemachtigde: mr. M. Zweers)
Procesverloop
De BV heeft op 20 december 2021 een S&O-verklaring aangevraagd als bedoeld in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (aanvraag). De minister heeft de aanvraag met een besluit van 11 februari 2022 buiten behandeling gesteld en bij besluit op bezwaar van 2 juni 2022 het bezwaar daartegen ongegrond verklaard.
De BV heeft een verzoek om herziening van het besluit van 2 juni 2022 gedaan. De minister heeft dat met een besluit van 10 maart 2023 afgewezen en bij besluit op bezwaar van 16 mei 2023, vervangen door het besluit van 7 juli 2023, het bezwaar daartegen ongegrond verklaard.
De BV heeft tegen het besluit van 7 juli 2023 beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend, en nadere informatie verstrekt.
De zitting was op 22 januari 2025. De gemachtigden van partijen waren aanwezig.
Beslissing
Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
De BV heeft geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Met
dit beroep kan niet worden bereikt dat de aanvraag van 20 december 2021 alsnog in behandeling wordt genomen en wordt toegewezen. De minister heeft op 1 december 2022 afwijzend beslist op een nieuwe aanvraag van de BV van 21 juni 2022 om een S&O-verklaring voor hetzelfde project. Die afwijzing staat in rechte vast.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, mr. R.W.L. Koopmans, mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van mr. J.W.E. Pinckaers op 22 januari 2025. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2025.
w.g. J.L. Verbeek w.g. J.W.E. Pinckaers