Bestuursrecht overig
TVL. Lagere vaststellingen, op basis van gegevens Belastingdienst. Geen strijd met rechtszekerheidsbeginsel…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 7 januari 2025
ECLI:NL:CBB:2025:44 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 7 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-cbb-2025-44
Zaakgegevens
Op 7 januari 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 januari 2025
- Datum publicatie
- 24 januari 2025
- Zaaknummer
- 23/73, 23/74 en 23/836
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2025:44
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
TVL. Lagere vaststellingen, op basis van gegevens Belastingdienst. Geen strijd met rechtszekerheidsbeginsel. Beroepen ongegrond.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummers: 23/73, 23/74 en 23/836
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 januari 2025
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. L.N. Foppen
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats] (onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes
Beslissing
Het College verklaart de beroepen ongegrond.
Overwegingen
1. De onderneming heeft aanvragen ingediend voor subsidie voor Q2 van 2021, Q3 van 2021 en Q1 van 2022. De minister heeft de verleende subsidies op een lager bedrag vastgesteld voor Q3 van 2021 en Q1 van 2022 en op een hoger bedrag vastgesteld voor Q2 van 2021. De minister is voor de berekening van het omzetverlies in de subsidieperiodes uitgegaan van de aangiftes omzetbelasting.
2 Het College oordeelt dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet die uit de gegevens van de Belastingdienst volgt. De onderneming betaalt over haar gehele omzet omzetbelasting. In dat geval moet de minister de gegevens van de Belastingdienst gebruiken voor het bepalen van de omzet en de berekening van het omzetverlies.
3 Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel slaagt niet. Dat de onderneming meerdere keren de eigen administratie heeft gehanteerd bij de verzoeken om vaststelling van de subsidie is daarvoor onvoldoende. De minister heeft in het nadere verweerschrift toegelicht dat twee keer ten onrechte niet de aangifte van de omzetbelasting is gevolgd, maar de eigen administratie van de onderneming. Daarover is geen overleg geweest met de onderneming. Voor de overige periodes geldt dat de toegekende subsidie in overeenstemming is met de gegevens van de Belastingdienst. Dat twee keer in afwijking van de TVL subsidie is verleend is in deze zaak, gelet op wat is overwogen in de uitspraak van het College van 21 mei 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:341) onvoldoende om een schending van het rechtszekerheidsbeginsel aan te nemen.
w.g. B. Bastein w.g. L.N. Foppen