Bestuursrecht overig
Heropeningsbeslissing in verband met het stellen van een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 11 april 2023
ECLI:NL:CBB:2023:190 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 11 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/prejudicieel-verzoek/ecli-nl-cbb-2023-190
Zaakgegevens
Op 11 april 2023 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 11 april 2023
- Datum publicatie
- 7 april 2023
- Zaaknummer
- 20/1216
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Prejudicieel verzoekPrejudiciële vragenEen rechter legt een rechtsvraag voor aan een hogere rechter – zoals het Hof van Justitie van de EU of de Hoge Raad – om een zaak te kunnen beslissen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2023:190
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Heropeningsbeslissing in verband met het stellen van een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Uitspraak
beslissing
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 20/1216
Beslissing tot heropening van het onderzoek in de zaak tussen
[naam 1] B.V., rechtsopvolgster van V.O.F. [naam 2] (het landbouwbedrijf), te [plaats] , appellante
(gemachtigde: ir. J.C.M. de Koning),
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister), verweerder
(gemachtigde: mr. M.W. Schilperoort).
Procesverloop
Met het besluit van 28 augustus 2020 heeft de minister de aanvraag van het landbouwbedrijf om een subsidie op grond op grond van Titel 2.3 Energie-efficiëntie glastuinbouw van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) afgewezen.
Met het besluit van 12 november 2020 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van het landbouwbedrijf ongegrond verklaard.
Het landbouwbedrijf heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het landbouwbedrijf en de minister hebben nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 februari 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen [naam 3] , namens het landbouwbedrijf, en de gemachtigden van het landbouwbedrijf en de minister.
Het College heeft het onderzoek in deze zaak ter zitting gesloten.
Overwegingen
Het College ziet aanleiding het onderzoek te heropenen, zodat een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie kan worden gesteld. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld om een zienswijze te geven op de concept-prejudiciële vraag. Hierna zal de prejudiciële vraag door het College definitief worden vastgesteld en worden voorgelegd aan het van Hof van Justitie van de Europese Unie.
Beslissing
Het College:
- heropent het onderzoek;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is gedaan door mr. J.L. Verbeek, mr. A. Venekamp en mr. H. van den Heuvel, in aanwezigheid van mr. P.E.A. Chao, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 april 2023.
w.g. J.L. Verbeek w.g. P.E.A. Chao