Bestuursrecht overig

Toewijzing verzoek om voorlopige voorziening. Het college van b en w heeft een ontheffing verleend aan een…

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17 september 2026

Zaakgegevens

Op 17 september 2026 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
17 september 2026
Datum publicatie
1 oktober 2026
Zaaknummer
26/667
Procedure
Proceskostenveroordeling
ECLI
ECLI:NL:CBB:2026:481
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Toewijzing verzoek om voorlopige voorziening. Het college van b en w heeft een ontheffing verleend aan een supermarkt om op zondag tussen 7.00 en 8.00 ’s ochtends geopend te zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat het college van b en w de Verordening winkeltijden onjuist heeft toegepast en schorst daarom de verleende ontheffing.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 26/667

uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 september 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam 1] , te [woonplaats] , en

[naam 2] , te [woonplaats] (verzoekers)

(gemachtigde: mr. M.T.M. Zusterzeel)

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert (college van b en w)

(gemachtigden: A. Verkroost en mr. S.E. Leyba)

met als derde partij

Supermarkt [woonplaats] B.V. (Jumbo)

Procesverloop

Met het besluit van 15 april 2026 (het primaire besluit) heeft het college van b en w aan Jumbo een ontheffing verleend op grond van artikel 3, eerste lid, van de Verordening winkeltijden gemeente Weert 2015 (Verordening).

Met het besluit van 3 september 2026 (het bestreden besluit) heeft het college van b en w het bezwaar van verzoekers ongegrond verklaard.

Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het college van b en w heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting was op 16 september 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van het college van b en w.

Inleiding

1 Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, als tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Voor zover in deze uitspraak een oordeel wordt gegeven over de rechtmatigheid van het bestreden besluit, is sprake van een voorlopig oordeel dat het College niet bindt in een eventuele bodemprocedure.

2.1

Op grond van artikel 2 van de Verordening mogen winkels in de gemeente Weert op zon- en feestdagen geopend zijn tussen 8.00 en 22.00 uur. Jumbo wil graag 365 dagen per jaar van 7.00 tot 21.00 uur geopend zijn en heeft daarom op 6 januari 2026 een ontheffing aangevraagd om, net als op de overige dagen, op zon- en feestdagen van 7.00 tot 8.00 uur open te mogen zijn. Met het primaire besluit heeft het college van b en w deze ontheffing verleend voor de periode van 29 april 2026 tot en met 1 januari 2027. De rechtbank Limburg heeft, hoewel daartoe niet bevoegd, bij uitspraak van 13 juli 2026 deze ontheffing geschorst tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar.

2.2

Verzoekers wonen vlakbij de supermarkt en hebben bezwaar gemaakt tegen de verleende ontheffing. Met het bestreden besluit heeft het college van b en w het bezwaar ongegrond verklaard. Volgens het college van b en w is het voorstelbaar en aannemelijk dat verzoekers en andere omwonenden hinder ondervinden van de vervroegde openingstijd. Daar staat tegenover dat omwonenden vanwege de ligging van hun woning in/tegen het centrum van [woonplaats] met een grotere mate van overlast rekening dienen te houden dan in een rustige woonwijk. Het verschil met de ‘oude’ situatie is bovendien minimaal, omdat de ontheffing slechts voorziet in het één uur eerder geopend zijn op zon- en feestdagen. Gedurende de bezwaarprocedure heeft Jumbo een leefbaarheidsplan overgelegd waarin uiteen is gezet op welke manier de hinder zoveel mogelijk zal worden voorkomen of beperkt. Het college van b en w concludeert dat de verwachte hinder niet zodanig zal zijn dat de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Daarbij is ook van belang dat de ontheffing slechts voor bepaalde tijd is verleend.
Wettelijk kader

3 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
Beoordeling van het verzoek

4.1

In artikel 3, eerste lid, van de Verordening staat dat het college van b en w op aanvraag een ontheffing kan verlenen van het verbod uit artikel 2 van de Winkeltijdenwet om op zon- en feestdagen tussen 22.00 en 8.00 uur een winkel geopend te hebben. In artikel 3, derde lid, van de Verordening staat dat een ontheffing kan worden geweigerd als de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel nadelig wordt beïnvloed door de openstelling van de winkel op basis van de ontheffing. Zowel het eerste als het derde lid is een zogenoemde ‘kan’-bepaling, wat betekent dat het college van b en w een discretionaire bevoegdheid heeft en dus de keuze heeft om een ontheffing te verlenen of te weigeren. Dit betekent ook dat het college van b en w een belangenafweging moet maken.

4.2

De voorzieningenrechter stelt vast dat het college van b en w heeft getoetst of de woon- en leefsituatie of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door het verlenen van de ontheffing. Omdat daar volgens het college van b en w geen sprake van is, concludeert het dat de ontheffing niet geweigerd kon worden. De voorzieningenrechter oordeelt dat dit een onjuiste toepassing van de Verordening is. In artikel 3, derde lid, van de Verordening staat namelijk niet dat een ontheffing (alleen) wordt geweigerd als sprake is van een ontoelaatbare nadelige beïnvloeding van de woon- en leefsituatie, maar dat een ontheffing kan worden geweigerd bij (alleen al) een nadelige beïnvloeding. Omdat het college van b en w het voorstelbaar en aannemelijk heeft geacht dat omwonenden hinder - en daarmee een nadelige beïnvloeding van hun woon- en leefsituatie - ondervinden, had het een belangenafweging moeten maken waarin zij de belangen van Jumbo afzet tegen de belangen van de omwonenden. Uit het bestreden besluit blijkt niet hoe groot het belang van Jumbo is om op zon- en feestdagen één uur eerder geopend te kunnen zijn. Daartegenover staat dat verzoekers in bezwaar en tijdens de zitting uitgebreid hebben toegelicht dat zij veel geluidsoverlast ervaren. Vanaf het moment dat de supermarkt ’s ochtends opengaat totdat deze ’s avonds zijn deuren weer sluit, is er continu lawaai. Zo zijn er autoportieren die dichtslaan, ratelende winkelkarretjes, containers die worden verplaatst en stationair draaiende vrachtwagens tijdens het laden en lossen. Omdat het op zondagochtend verder heel rustig is op straat, ook in het centrum, is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter aannemelijk dat het verlenen van deze ontheffing in betekenende mate van invloed is op de woon- en leefsituatie van verzoekers, ondanks dat het maar om één uur gaat. Het college van b en w heeft deze beïnvloeding van de woon- en leefsituatie van verzoekers ten onrechte niet afgewogen tegen de belangen van Jumbo.

4.3

Het verlenen van een ontheffing betekent dat er een uitzondering op de hoofdregel wordt gemaakt. Het besluit om een ontheffing te verlenen moet daarom een draagkrachtige motivering bevatten. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter ontbreekt die in het bestreden besluit en is het besluit daarom onrechtmatig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden toe en treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit van 3 september 2026 en het primaire besluit van 15 april 2026 zijn geschorst.

5 De voorzieningenrechter veroordeelt het college van b en w in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • schorst het bestreden besluit en het primaire besluit;

  • draagt het college van b en w op het betaalde griffierecht van € 200,- aan verzoekers te vergoeden;

- veroordeelt het college van b en w in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.814,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. de Wildt, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.

w.g. J.H. de Wildt w.g. A.A. Dijk

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bijlage

Winkeltijdenwet

Artikel 2

1. Het is verboden een winkel voor het publiek geopend te hebben:

a. op zondag;

b. op Nieuwjaarsdag, op Goede Vrijdag na 19 uur, op tweede Paasdag, op Hemelvaartsdag, op tweede Pinksterdag, op 24 december na 19 uur, op eerste en tweede Kerstdag en op 4 mei na 19 uur;

c. op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur.

2. Het is voorts verboden op de in het eerste lid bedoelde dagen en tijden in de uitoefening van een bedrijf, anders dan in een winkel, goederen te koop aan te bieden of te verkopen aan en in rechtstreekse aanraking met particulieren.

Artikel 3

1. De gemeenteraad kan bij verordening vrijstelling verlenen van de in artikel 2 vervatte verboden.

2. De gemeenteraad kan bij verordening aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen om in de gevallen, in de verordening aan te wijzen, en met inachtneming van de daarin gestelde regels op daartoe strekkend verzoek ontheffing van de in het eerste lid bedoelde verboden te verlenen.

3. De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden.

Verordening winkeltijden gemeente Weert 2015

Artikel 2

De verboden vervat in artikel 2, eerste lid, van de Winkeltijdenwet gelden niet op zon- en feestdagen tussen 08.00 uur en 22.00 uur.

Artikel 3

1. Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 2 van de Winkeltijdenwet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen tussen 22.00 uur en 08.00 uur;

2. Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 2 van de Winkeltijdenwet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op werkdagen tussen 22.00 uur en 06.00 uur;

3. De ontheffing kan worden geweigerd als de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel nadelig wordt beïnvloed door de openstelling van de winkel op basis van de ontheffing;

4. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en de ontheffing kan onder beperkingen worden verleend.