Bestuursrecht overig

Beroep niet kennelijk gegrond. Verzet gegrond.

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 2 oktober 2018

Zaakgegevens

Op 2 oktober 2018 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
2 oktober 2018
Datum publicatie
8 oktober 2018
Zaaknummer
17/1828
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:CBB:2018:512
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep niet kennelijk gegrond. Verzet gegrond.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 17/1828

16000

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2018 op het verzet van

Maatschap [naam], te [plaats] , appellante,

(gemachtigde: R. Geerligs)

Procesverloop

Appellante heeft tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de minister) van 24 oktober 2018 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.

Bij uitspraak van 3 juli 2018 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.

Appellante heeft tegen de uitspraak van 3 juli 2018 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Op grond van wat appellante in verzet heeft aangevoerd komt het College tot het oordeel dat in de uitspraak van 3 juli 2018 ten onrechte is geconcludeerd dat het beroep kennelijk gegrond is. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.

2. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 3 juli 2018. Het College zal opnieuw beslissen op het beroep van appellante. Daarbij zal het College mede acht slaan op wat appellante in verzet (aanvullend) tegen het bestreden besluit heeft aangevoerd. Het College zal de minister eerst in de gelegenheid stellen daarop te reageren.

3. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van

R. van Cuilenborg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken

op 2 oktober 2018.

w.g. T.G.M. Simons w.g. R. van Cuilenborg