Bestuursrecht overig
Vertegenwoordigingsbevoegdheid instellen beroep aangetoond. Verzet gegrond.
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27 december 2018
ECLI:NL:CBB:2018:689 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 27 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verzet/ecli-nl-cbb-2018-689
Zaakgegevens
Op 27 december 2018 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 27 december 2018
- Datum publicatie
- 2 januari 2019
- Zaaknummer
- 18/1037
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2018:689
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vertegenwoordigingsbevoegdheid instellen beroep aangetoond. Verzet gegrond.
Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 18/1037
27385
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 december 2018 op het verzet van
[naam 1] B.V. (hierna: [naam 1] ), te [plaats] , als rechtsopvolger van [naam 2] B.V. (hierna: [naam 2] ), appellante,
(gemachtigde: [naam 3] )
Procesverloop
[naam 4] (hierna: [naam 4] ) heeft, in zijn hoedanigheid van bestuurder van [naam 2] , beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat (hierna: minister) van 20 april 2018.
Bij uitspraak van 4 september 2018 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 4 september 2018 verzet gedaan. Daarbij is verzocht om te worden gehoord. Het horen ter zitting heeft plaatsgevonden op
11 december 2018. Verschenen is [naam 3] .
Overwegingen
1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bescheiden waaruit blijkt dat [naam 4] bevoegd dan wel gemachtigd was om namens [naam 2] in rechte op te treden en het niet herstellen van dit verzuim, na daartoe bij griffiersbrieven van 18 juni en 17 juli 2018 in de gelegenheid te zijn gesteld.
2. In verzet is gebleken dat [naam 4] redelijkerwijs mocht menen dat hij bij op
16 juli 2018 ontvangen brief van 12 juli 2018 het verzuim had hersteld. Het verzet wordt gegrond verklaard.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van
4 september 2018 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Beslissing
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van R. van Cuilenborg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 december 2018.
w.g. T.G.M. Simons w.g. R. van Cuilenborg