Bestuursrecht overig
Appellant was niet in verzuim: er is een aanvullende termijn voor het indienen van de gronden gegeven. Die…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 23 april 2019
ECLI:NL:CBB:2019:169 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 23 april 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verzet/ecli-nl-cbb-2019-169
Zaakgegevens
Op 23 april 2019 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 23 april 2019
- Datum publicatie
- 25 april 2019
- Zaaknummer
- 19/165
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2019:169
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Appellant was niet in verzuim: er is een aanvullende termijn voor het indienen van de gronden gegeven. Die termijn was nog niet verstreken. Verzet gegrond.
Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 19/165
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2019 op het verzet van
[naam] V.O.F., te [plaats] , appellante,
(gemachtigde: mr. ing. A.N.M. van Bavel)
Procesverloop
Appellante heeft tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 5 december 2018 beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 9 april 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 9 april 2019 verzet gedaan.
Overwegingen
1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante, na laatstelijk bij griffiersbrief van 4 februari 2019 in de gelegenheid te zijn gesteld alsnog de gronden van het beroep in te dienen, dat niet heeft gedaan.
2. In verzet is gebleken dat appellante niet is verzuim is geweest. Appellante is bij griffiersbrief van 25 februari 2019 nogmaals in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 12 april 2019 de gronden van het beroep in te dienen. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 9 april 2019 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Beslissing
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 23 april 2019.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer