Bestuursrecht overig
Verzet gegrond. Onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 4 mei 2021
ECLI:NL:CBB:2021:576 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 4 mei 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verzet/ecli-nl-cbb-2021-576
Zaakgegevens
Op 4 mei 2021 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 4 mei 2021
- Datum publicatie
- 2 juni 2021
- Zaaknummer
- 20/957
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2021:576
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet gegrond. Onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 20/957
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 mei 2021 op het verzet van
[naam] , handelend onder de naam Themakleding.NU, te [plaats] , appellant
Procesverloop
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van de minister van Economische zaken en Klimaat van 10 september 2020.
Bij uitspraak van 9 maart 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft tegen de uitspraak van 9 maart 2021 verzet gedaan.
Overwegingen
1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant, na bij griffiersbrief van 18 december 2020 in de gelegenheid te zijn gesteld het beroepschrift alsnog te ondertekenen, dat niet heeft gedaan.
2. In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 9 maart 2021 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Beslissing
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van mr. J.M.T. Plouvier, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2021.
w.g. T.G.M. Simons w.g. J.M.T. Plouvier