Bestuursrecht overig
Termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Verzet ongegrond.
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15 maart 2022
ECLI:NL:CBB:2022:118 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 15 maart 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verzet/ecli-nl-cbb-2022-118
Zaakgegevens
Op 15 maart 2022 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 15 maart 2022
- Datum publicatie
- 14 maart 2022
- Zaaknummer
- 21/792
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2022:118
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Verzet ongegrond.
Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 21/792
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2022 op het verzet van
[naam] , te [plaats] , appellante
(gemachtigde: I. Garlemos)
Procesverloop
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 14 mei 2021.
Bij uitspraak van 16 november 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 16 november 2021 verzet gedaan.
Overwegingen
1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
2. De uitspraak van het College van 16 november 2021 is juist. De beroepstermijn is aangevangen op 15 mei 2021 en dus niet, zoals appellante heeft betoogd, op 18 mei 2021. De laatste dag van de beroepstermijn is daarom
25 juni 2021. Het beroepschrift is op 1 juli 2021 bij het College ontvangen, in een enveloppe met een poststempel van 30 juni 2021. Het is daarom te laat ingediend. Van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken is niet gebleken.
3. Het verzet moet daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van appellante niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding.
Beslissing
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 15 maart 2022.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer