Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Verzet · Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24 mei 2022
ECLI:NL:CBB:2022:263 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 24 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verzet/ecli-nl-cbb-2022-263
Zaakgegevens
Op 24 mei 2022 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 mei 2022
- Datum publicatie
- 19 mei 2022
- Zaaknummer
- 21/617
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2022:263
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet gegrond
Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 21/617
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 mei 2022 op het verzet van
[naam] , te [woonplaats] , appellant
(gemachtigde: J.G.M. Huiberts)
Procesverloop
Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht van 17 augustus 2021 heeft het College het beroep van appellant tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 21 april 2021 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.
Appellant heeft tegen de uitspraak van het College van 17 augustus 2021 verzet gedaan.
Overwegingen
1. De laatste dag van de beroepstermijn is (woensdag) 2 juni 2021. Het beroepschrift is op (vrijdag) 4 juni 2021 bij het College ontvangen. De enveloppe waarin het is verzonden draagt een poststempel van (donderdag) 3 juni 2021.
2. Gelet op wat appellant in verzet heeft verklaard, acht het College het (thans) aannemelijk dat het beroepschrift op (woensdag) 2 juni 2021 in een brievenbus van PostNL is gedeponeerd. Daarom kan niet worden vastgesteld dat appellant in verzuim is geweest.
3. Het verzet wordt om die reden gegrond verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van het College van 17 augustus 2021 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding.
Beslissing
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 24 mei 2022.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer