Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Verzet · Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 5 juli 2022
ECLI:NL:CBB:2022:359 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 5 juli 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verzet/ecli-nl-cbb-2022-359
Zaakgegevens
Op 5 juli 2022 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 5 juli 2022
- Datum publicatie
- 4 juli 2022
- Zaaknummer
- 22/9
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2022:359
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet gegrond
Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/9
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juli 2022 op het verzet van
V.O.F. [naam] , te [plaats] , appellante
Procesverloop
Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht van 12 april 2022 heeft het College het beroep van appellante tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 8 november 2021 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.
Appellante heeft tegen de uitspraak van het College van 12 april 2022 verzet gedaan.
Overwegingen
1. De laatste dag van de beroepstermijn is (maandag) 20 december 2021. Het beroepschrift is op (vrijdag) 24 december 2021 bij het College ontvangen. De enveloppe waarin het is verzonden draagt een poststempel van (dinsdag)
21 december 2021.
2. Gelet op wat appellante in verzet heeft verklaard, acht het College het (thans) niet uitgesloten dat het beroepschrift op (maandag) 20 december 2021 na 17.00 uur maar vóór 24.00 uur in een brievenbus van PostNL is gedeponeerd. Daarom kan niet worden vastgesteld dat appellante in verzuim is geweest.
3. Het verzet wordt om die reden gegrond verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van het College van 12 april 2022 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding.
Beslissing
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 5 juli 2022.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer