Bestuursrecht overig
Verzet gegrond. PKV toegewezen.
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 6 december 2022
ECLI:NL:CBB:2022:786 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 6 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verzet/ecli-nl-cbb-2022-786
Zaakgegevens
Op 6 december 2022 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 6 december 2022
- Datum publicatie
- 5 december 2022
- Zaaknummer
- 21/1032
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2022:786
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet gegrond. PKV toegewezen.
Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 21/1032
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 december 2022 op het verzet van
Hotel Rotterdam B.V., te Rotterdam, appellante
(gemachtigde: mr. R.M. Rensing)
Procesverloop
Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 1 november 2022 heeft het College het verzoek van appellante om de minister van Economische Zaken en Klimaat (verweerder) te veroordelen in de proceskosten van het door appellante in deze zaak ingestelde beroep, afgewezen.
Appellante heeft tegen de uitspraak van het College van 1 november 2022 verzet gedaan.
Overwegingen
1. Op de dag dat de uitspraak van 1 november 2022 werd gedaan beschikte het College alleen over het besluit 29 september 2022 waarbij verweerder niet aan appellante was tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb. In verzet is gebleken dat verweerder bij besluit van 4 oktober 2022 wel aan appellante is tegemoetgekomen. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard. Daarmee vervalt de uitspraak van het College van 1 november 2022.
2. Het College zal verweerder alsnog veroordelen in de proceskosten van het beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift) en ook in de proceskosten van het verzet (0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift).
Beslissing
Het College:
- verklaart het verzet gegrond;
- veroordeelt de minister van Economische Zaken en Klimaat in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.138,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 6 december 2022.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer