Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Verzet · Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28 maart 2023
ECLI:NL:CBB:2023:164 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 28 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verzet/ecli-nl-cbb-2023-164
Zaakgegevens
Op 28 maart 2023 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 28 maart 2023
- Datum publicatie
- 24 maart 2023
- Zaaknummer
- 21/1302
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2023:164
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet ongegrond.
Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 21/1302
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 maart 2023 op het verzet van
[naam 1] B.V., te [woonplaats] (de onderneming)
Procesverloop
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 21 oktober 2021.
Bij uitspraak van 14 juni 2022 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep ongegrond verklaard.
De onderneming heeft tegen de uitspraak van 14 juni 2022 verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 23 februari 2023. Aan de zitting heeft namens de onderneming deelgenomen [naam 2] .
Overwegingen
1. Met het besluit van 21 oktober 2021 heeft de minister het bezwaar van de onderneming tegen het eerdere besluit van de minister van 13 juli 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. In de uitspraak van 14 juni 2022 heeft het College geoordeeld dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2. In verzet heeft de onderneming naar voren gebracht dat de minister geen notificatie e-mailbericht heeft gezonden, dat er voor haar geen reden was om te veronderstellen dat de verleende TVL-subsidie zou worden ingetrokken en dat zij voor alle andere kwartalen de subsidie heeft gekregen.
3. Het College stelt vast dat uit de gedingstukken blijkt dat op 13 juli 2021 een notificatie e-mailbericht is verzonden naar het door de onderneming opgegeven e-mailadres. De onderneming had daarom op de hoogte kunnen en moeten zijn van het besluit van 13 juli 2021. Dat de onderneming dacht “dat het wel goed zat” en dat zij voor alle andere kwartalen de TVL-subsidie wel (definitief) heeft gekregen, levert ook geen grond op om te oordelen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar (verontschuldigbaar) is. Het verzet is daarom ongegrond.
4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
5. Het College wijst erop dat de onderneming de minister kan verzoeken om terug te komen van het met deze uitspraak in rechte onaantastbaar geworden besluit van 13 juli 2021. Op dat verzoek zal de minister een besluit moeten nemen.
Beslissing
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer