Bestuursrecht overig
Verzet niet-ontvankelijk.
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28 maart 2023
ECLI:NL:CBB:2023:166 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 28 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verzet/ecli-nl-cbb-2023-166
Zaakgegevens
Op 28 maart 2023 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 28 maart 2023
- Datum publicatie
- 24 maart 2023
- Zaaknummer
- 22/1590
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2023:166
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet niet-ontvankelijk.
Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1590
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 maart 2023 op het verzet van
[naam] B.V., te [woonplaats] (de onderneming)
Procesverloop
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 11 juli 2022.
Bij uitspraak van 6 december 2022 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Op 26 januari 2023 heeft de onderneming tegen de uitspraak van 6 december 2022 verzet gedaan.
Overwegingen
1. De termijn voor het doen van verzet is zes weken na verzending van de uitspraak van 6 december 2022. De laatste dag waarop tijdig verzet kon worden gedaan was dus 17 januari 2023. Het verzetschrift is daarmee te laat ingediend. De gedingtukken bieden geen aanknopingspunt om te oordelen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar (verontschuldigbaar) is. Het verzet is daarom niet-ontvankelijk.
2. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
Het College verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer