Bestuursrecht overig

College van Beroep voor het bedrijfsleven · Verzet · Bestuursrecht overig

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24 januari 2023

Zaakgegevens

Op 24 januari 2023 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
24 januari 2023
Datum publicatie
20 januari 2023
Zaaknummer
22/1293
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:CBB:2023:40
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet ongegrond.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/1293

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 januari 2023 op het verzet van

[naam] B.V., te [woonplaats] ( [naam] )

(gemachtigde: E. van den Broek)

Procesverloop

Bij uitspraak zonder zitting van 20 december 2022 heeft het College beslist op het verzoek van [naam] om de minister van Economische Zaken en Klimaat (minister) te veroordelen in de kosten van haar bezwaar en beroep.

[naam] heeft tegen de uitspraak van 20 december 2022 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het verzoek van [naam] toegewezen voor zover het de kosten van het beroep betreft en afgewezen voor zover het de kosten van het bezwaar betreft.

2. Met dat laatste is [naam] het niet eens. [naam] wijst erop dat zij in een brief aan het College van 29 november 2022 uitdrukkelijk heeft vermeld dat haar verzoek ook gaat over de kosten van het bezwaar.

3. De uitspraak van 20 december 2022 is juist. Het College heeft daarin terecht overwogen dat niet is voldaan aan het vereiste dat om vergoeding van de kosten van het bezwaar is verzocht voordat de minister (opnieuw) op het bezwaar heeft beslist. Met het in de brief van 29 november 2022 alsnog gedane verzoek om vergoeding van de kosten van het bezwaar kan dit gebrek niet (meer) worden hersteld. Het verzet moet daarom ongegrond worden verklaard.

4. De minister hoeft niet de proceskosten van het verzet te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van

mr. S. van Noordt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken

op 24 januari 2023.

w.g. T.G.M. Simons w.g. S. van Noordt