Bestuursrecht overig

College van Beroep voor het bedrijfsleven · Verzet · Bestuursrecht overig

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 7 november 2023

Zaakgegevens

Op 7 november 2023 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
7 november 2023
Datum publicatie
3 november 2023
Zaaknummer
22/1838 en 22/1839
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:CBB:2023:616
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet ongegrond

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 22/1838 en 22/1839

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november [naam 1] het [naam 2]

Handelsonderneming Alblas / Alblas Telecommunicatie V.O.F., te [plaats] (de onderneming)

Procesverloop

De onderneming heeft beroepen ingesteld tegen twee besluiten van de minister voor Klimaat en Energie van 24 augustus 2022 waarmee de bezwaren van de onderneming tegen de afwijzing van haar aanvragen op grond van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek ongegrond zijn verklaard.

De minister heeft met twee besluiten van 9 februari 2023 de bezwaren alsnog gegrond verklaard, het voor de beroepen betaalde griffierecht vergoed en een vergoeding van de kosten van de bezwaren toegekend van (2 x € 597,- =) € 1.194,-.

De onderneming betoogt dat de minister de werkelijke kosten van haar bezwaren, die aanmerkelijk hoger zijn, had moeten vergoeden.

Met de uitspraak van 18 juli 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder zitting, de beroepen niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de onderneming daarbij geen (proces)belang meer heeft. In de uitspaak is overwogen dat de minister geen hogere kosten van de bezwaren hoeft te vergoeden.

Tegen de uitspraak van 18 juli 2023 heeft de onderneming verzet gedaan.

Overwegingen

1. De onderneming heeft in verzet haar standpunt herhaald.

2 Het College ziet geen grond waarom de uitspraak van 18 juli 2023 niet juist zou zijn. De door de minister toegekende vergoeding is in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Het Bpb kent een stelsel van forfaitaire vergoeding. Dat is de - uitdrukkelijke - keuze van de besluitgever. Van bijzondere omstandigheden om met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Bpb van dit stelsel af te wijken, is niet gebleken. Het verzet is daarom ongegrond.

3 Het College merkt nog wel het volgende op. Het betoog van de onderneming is gericht tegen de met de besluiten van 9 februari 2023 toegekende vergoeding. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb zijn de beroepen van de onderneming daarmee van rechtswege mede gericht tegen die besluiten. Het College zal in deze uitspraak de beroepen tegen de besluiten van 9 februari 2023 alsnog ongegrond verklaren. De beroepen tegen de besluiten van 24 augustus 2022 zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard.

4 De minister hoeft geen proceskosten van het verzet te vergoeden.

Beslissing

Het College:

  • verklaart het verzet ongegrond;

  • verklaart de beroepen tegen de besluiten van de minister voor Klimaat en Energie van 9 februari 2023 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van mr. S. van Noordt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023.

w.g. T.G.M. Simons w.g. S. van Noordt