Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Verzet · Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 9 januari 2024
ECLI:NL:CBB:2024:1 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 9 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verzet/ecli-nl-cbb-2024-1
Zaakgegevens
Op 9 januari 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 9 januari 2024
- Datum publicatie
- 28 december 2023
- Zaaknummer
- 22/1217
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2024:1
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet ongegrond.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1217
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2024 op het verzet van
[naam] , te [plaats] (de ondernemer)
(gemachtigde: mr. I. Gijsen)
Procesverloop
De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College van 18 juli 2023 met toepassing van de artikelen 8:54, eerste lid, en 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting. Met die uitspraak heeft het College de minister van Economische Zaken en Klimaat veroordeeld in de proceskosten van de onderneming tot een bedrag van € 837,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Overwegingen
1. De onderneming heeft in verzet herhaald dat zij ook aanspraak maakt op vergoeding van de kosten die zij in het kader van haar beroep heeft moeten betalen aan haar boekhouder. Het gaat om een bedrag van in totaal € 1.413,06 voor ondersteuning bij het opstellen van het beroepschrift, het reageren op een verzoek van de minister en het verzamelen en versturen van aanvullende stukken.
2 Het College volgt de onderneming hierin niet. Gelet op de aard daarvan moeten deze werkzaamheden van de boekhouder worden aangemerkt als rechtsbijstandverlening in de zin van artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De daarmee gemoeide kosten moeten daarom worden geacht te zijn begrepen in de - forfaitaire - vergoeding voor die kosten die met de uitspraak van 18 juli 2023 is toegekend. Het verzet is ongegrond.
3 De minister hoeft geen proceskosten van het verzet te vergoeden.
Beslissing
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2024.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer