Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Verzet · Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16 april 2024
ECLI:NL:CBB:2024:275 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 16 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verzet/ecli-nl-cbb-2024-275
Zaakgegevens
Op 16 april 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 april 2024
- Datum publicatie
- 12 april 2024
- Zaaknummer
- 22/220
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2024:275
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet niet-ontvankelijk
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/220
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2024 op het verzet van
[naam] , te [woonplaats] (de onderneming)
Procesverloop
De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 7 februari 2023.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 28 februari 2024. Partijen hebben niet aan de zitting deelgenomen.
Overwegingen
1. Met de uitspraak van 7 februari 2023 heeft het College het verzoek van de onderneming om herziening van de uitspraak van het College van 21 december 2021 in de zaak met nummer 20/1010 afgewezen.
2 Het College stelt vast dat de onderneming geen gebruik heeft gemaakt van de door het College geboden mogelijkheid om alsnog de gronden van het verzet in te dienen. Het verzet moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van 7 februari 2023, en daarmee ook de uitspraak van 21 december 2021, in stand blijft.
3 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
Het College verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2024.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer