Bestuursrecht overig
Kaderwet LNV-subsidies, Regeling LNV-subsidies
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 21 oktober 2013
ECLI:NL:CBB:2013:208 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 21 oktober 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-cbb-2013-208
Zaakgegevens
Op 21 oktober 2013 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2013
- Datum publicatie
- 24 oktober 2013
- Zaaknummer
- AWB 13/675
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2013:208
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kaderwet LNV-subsidies, Regeling LNV-subsidies
Uitspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Voorzieningenrechter
zaaknummer: 13/675 21 oktober 2013
27811
Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak van:
[A] B.V., te [vestigingsplaats], verzoekster,
tegen
de Staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder,
1 De procedure
Bij brief van 7 juli 2013 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder d.d. 31 mei 2013, met het kenmerk 492-1576. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer 13/484.
Bij brief van 6 september 2013 heeft verzoekster zich met een verzoek om voorlopige voorziening tot de voorzieningenrechter van het College gewend.
2 De beoordeling van het geschil
Ingevolge artikel 8:81 Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien, voor zover hier van belang, bij het College beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van het College op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het College bij uitspraak van heden verzoeksters beroep tegen het besluit van 31 mei 2013 niet-ontvankelijk heeft verklaard. Nu niet langer wordt voldaan aan het uit artikel 8:81 Awb volgende vereiste van connexiteit tussen het verzoek om voorlopige voorziening en de beroepsprocedure in het kader waarvan dit verzoek is ingediend, moet het verzoek om voorlopige voorziening naar het oordeel van de
voorzieningenrechter niet-ontvankelijk worden verklaard.
3 De beslissing
De voorzienigenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door mr. E. Dijt, in tegenwoordigheid van R. van Cuilenborg, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2013.
w.g. E. Dijt w.g. R. van Cuilenborg