Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Voorlopige voorziening · Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31 januari 2025
ECLI:NL:CBB:2025:143 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 31 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-cbb-2025-143
Zaakgegevens
Op 31 januari 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 31 januari 2025
- Datum publicatie
- 28 februari 2025
- Zaaknummer
- 25/99 (ordemaatregel)
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2025:143
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
ordemaatregel
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 25/99 (ordemaatregel)
uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 januari 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
Archer Daniels Midland Europoort B.V., te Rotterdam, verzoekster
(gemachtigden: mr. E. Dirkse en mr. A. Zwanikken)
en
minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerders
(gemachtigde: mr. I. Nijland)
Procesverloop
Bij besluit van 6 januari 2025 (bestreden besluit) hebben verweerders verzoekster een last onder dwangsom opgelegd.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Ook heeft zij verzocht om het treffen van een ordemaatregel totdat op het verzoek is beslist.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2 De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
3 In het bestreden besluit staan de volgende opdrachten aan verzoekster:
“A. Vuile bedrijfsruimten, artikelen, uitrusting en/of apparatuur
De overtredingen van artikel 5, tweede lid en bijlage II onder bedrijfsruimten en uitrusting, punt 1, eerste volzin, van Verordening (EG) nr. 183/2005, en/of artikel 4, tweede lid, juncto bijlage II, hoofdstuk I, punt 1, en hoofdstuk V, punt 1, onder a, van Verordening (EG) 852/2004, uiterlijk per 31 januari 2025, te beëindigen en beëindigd te houden.
U kunt hieraan voldoen door de bedrijfsruimten en de bijbehorende uitrustingstukken, artikelen en/of apparatuur voor de uitvoering van deze activiteiten schoon te maken en vrij te houden van vuil, stof, productresten, vocht, schimmel en (uitwerpselen van) ongedierte.
Indien niet of niet volledig aan deze last wordt voldaan verbeurt u een dwangsom van EUR 50.000,00, ineens.
B. Adequate bestrijding schadelijke organismen
De overtredingen van artikel 5, tweede lid en bijlage II onder bedrijfsruimten en uitrusting, punt 1, tweede volzin van Verordening (EG) nr. 183/2005, en/of artikel 4, tweede lid, juncto bijlage II, hoofdstuk IX, punt 4, van Verordening (EG) 852/2004, uiterlijk per 31 januari 2025, te beëindigen en beëindigd te houden.
U kunt hieraan voldoen door openingen, gaten en kieren te dichten waar schadelijke organismen doorheen kunnen komen en deuren en luiken zoveel mogelijk dicht te houden.
Indien niet of niet volledig aan deze last wordt voldaan verbeurt u een dwangsom van EUR 50.000,00, ineens.
C. Gebrekkige bedrijfsruimten en uitrusting op de zeepier en bulkafdeling:
De overtredingen van artikel 5, tweede lid en bijlage II onder bedrijfsruimten en uitrusting, punt 2, onder a en b, van Verordening (EG) nr. 183/2005, uiterlijk per 31 januari 2025, te beëindigen en beëindigd te houden.
Verwacht wordt dat de indeling en de constructie van de bedrijfsruimten en uitrusting zodanig zijn, dat reiniging en ontsmetting op adequate wijze uitgevoerd kunnen worden. Ook dient u ervoor te zorgen dat het risico op fouten zo klein mogelijk is en verontreiniging, kruisverontreiniging en in het algemeen aantasting van de veiligheid en kwaliteit van het product zoveel mogelijk worden voorkomen.
U kunt hieraan voldoen door de (bouw)technische gebreken aan uw bedrijfspand en -middelen op orde te brengen, die zijn waargenomen op de zeepier en bulkafdeling van uw bedrijfsterrein.
Indien niet of niet volledig aan deze last wordt voldaan verbeurt u een dwangsom van EUR 50.000,00, ineens.”
4 Het verzoek is bij het College ingediend op 29 januari 2025 om 16:18 uur. Gelet op de begunstigingstermijn van het bestreden besluit die op 31 januari 2025 verstrijkt en het feit dat de voorzieningenrechter pas op 31 januari 2025 rond 16.00 uur op de hoogte is gebracht van dit verzoek is er geen mogelijkheid om op deze datum een zitting te houden en het verzoek inhoudelijk te behandelen. Verder is van belang dat namens verweerders te kennen is gegeven niet uit eigen beweging het bestreden besluit op te willen schorten. Onder die omstandigheden en om onevenredig nadeel voor verzoekster te voorkomen is daarom schorsing van het bestreden besluit bij wijze van ordemaatregel aangewezen.
5 Voor de behandeling van het verzoek zal een zitting worden gepland waarvoor partijen zullen worden uitgenodigd. Op die zitting zal worden bezien of de getroffen voorlopige voorziening moet worden opgeheven of worden gewijzigd.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst het bestreden besluit.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Pavicevic, in aanwezigheid van mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2025.
De voorzieningenrechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid deze uitspraak te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op: