Bestuursrecht overig
Arubaanse zaak. In geschil is het verzoek om perceel grond aan appellant in erfpacht uit te geven. Verzoeker…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 10 februari 2012
ECLI:NL:OGHACMB:2012:BX5181 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 10 februari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-aruba-curacao-sint-maarten-en-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-oghacmb-2012-bx5181
Zaakgegevens
Op 10 februari 2012 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Datum uitspraak
- 10 februari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- HLAR 53597/11 VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHACMB:2012:BX5181
Samenvatting
Arubaanse zaak. In geschil is het verzoek om perceel grond aan appellant in erfpacht uit te geven. Verzoeker heeft Gerecht verzocht een voorlopige voorziening te treffen, het Gerecht heeft het verzoek doorgezonden. De Raad oordeelt dat verzoeker geen zodanig spoedeisend belang heeft gesteld dat het treffen van de verzochte voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.
Uitspraak
HLAR 53597/11 VV
Datum uitspraak: 10 februari 2012
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening hangende het hoger beroep van:
[Verzoeker], wonend in Aruba,
verzoeker,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van
31 augustus 2011 in zaak nr. Lar 1228 van 2011 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister van Integratie, Infrastructuur en Milieu.
1. Procesverloop
Bij brief van 20 oktober 2010 heeft verzoeker de minister verzocht om het perceel te Rooi Santo, nader omschreven in DLV veldwerknummer 20060311 kavel no. 1, (hierna: het perceel), aan hem in erfpacht uit te geven.
Bij brief van 2 februari 2011 heeft verzoeker de minister dat opnieuw verzocht.
Bij brief van 25 mei 2011 heeft verzoeker tegen het uitblijven van een beschikking op tegen het uitblijven van een beschikking op het verzoek van 20 oktober 2010 gemaakt bezwaar beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 31 augustus 2011 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) zich onbevoegd verklaard van het ingestelde beroep kennis te nemen.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief, bij het Gerecht ingekomen op 12 oktober 2011, hoger beroep ingesteld. Voorts heeft hij het Gerecht verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het Gerecht heeft dat verzoek ter behandeling aan het Hof doorgezonden.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 1 februari 2012, waar verzoeker, bijgestaan door mr. M.B. Boyce, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. I.L. Ras Orman, mr. V. Emerencia en L. Maduro, allen werkzaam bij het Land, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het verzoek strekt tot schorsing van het met een afwijzende beschikking gelijk te stellen uitblijven van een beschikking op het tegen het uitblijven van een beschikking op het verzoek om het perceel in erfpacht uit te geven gemaakte bezwaar, het Land te verbieden het perceel in erfpacht aan een ander uit te geven en te bepalen dat verzoeker, in afwachting van het ondertekenen van de overeenkomst tot het vestigen van erfpacht door de minister en in het bezit van een geldige bouwvergunning, mag beginnen met het bouwen van zijn woning, een en ander totdat de minister de overeenkomst heeft ondertekend.
2.2. Aan het verzoek heeft verzoeker ten grondslag gelegd dat de hem verleende bouwvergunning voor het oprichten van een woning op het perceel zijn geldigheid zal verliezen en de financiering voor de bouw van deze woning zal worden ingetrokken, indien niet met de bouw daarvan wordt aangevangen. Voorts voert verzoeker aan dat hij thans genoodzaakt is met zijn gezin in een eenkamerwoning te verblijven.
2.3. In aanmerking genomen dat verzoeker, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, desgevraagd ter zitting een bouwvergunning noch een hypotheekofferte met een beperkte geldigheidsduur heeft overgelegd, heeft hij aldus geen zodanig spoedeisend belang gesteld, dat het treffen van de verzochte voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.
2.4. Het verzoek dient te worden afgewezen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.
w.g. Drop
voorzitter
w.g. Isenia
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2012
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,