Socialezekerheidsrecht
Terecht arbeidsgeschikt verklaard voor eigen werk.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 15 juni 2017
ECLI:NL:OGEAA:2017:1059 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 15 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ogeaa-2017-1059
Zaakgegevens
Op 15 juni 2017 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 15 juni 2017
- Datum publicatie
- 21 februari 2019
- Zaaknummer
- CVB nr. 845 van 2016
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2017:1059
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Terecht arbeidsgeschikt verklaard voor eigen werk.
Uitspraak
Uitspraak van 15 juni 2017
behorende bij CVB nr. 845 van 2016
COLLEGE VAN BEROEP
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening ziekteverzekering van
[ X ],
wonende te Aruba,
APPELLANT,
procederende in persoon,
tegen
DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK,
gevestigd te Aruba,
GEINTIMEERDE, hierna ook te noemen: de bank,
gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.
1 HET PROCESVERLOOP
Bij beschikking van 16 maart 2016, door appellant ontvangen op 22 maart 2016, heeft de bank appellant bericht dat hij vanaf 17 maart 2016 arbeidsgeschikt is voor zijn normale arbeid.
Tegen deze beslissing heeft appellant op 12 april 2016 beroep aangetekend.
Op 15 juni 2016 heeft de bank verweerschrift ingediend.
Het beroep van appellant is op de bijeenkomst van 8 december 2016 van dit college behandeld, alwaar namens de bank aanwezig waren, mevrouw mr. B. Every, juridisch adviseur, en drs. M. Schaad, verzekeringsarts, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Appellant is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
2 DE BEOORDELING
Appellant kan zich niet verenigen met de bestreden beslissing en stelt zich op het standpunt dat hij ten onrechte arbeidsgeschikt is verklaard nu hij nog steeds klachten heeft aan zijn rug.
De bank heeft betoogd dat alhoewel er bij appellant nog beleving van pijnklachten was, er sprake was van een zodanig herstel van de rugbelastbaarheid ten opzichte van zijn werkbelasting, dat er geen gronden meer aanwezig waren om hem nog tegemoetkoming toe te kennen.
Uit de door partijen overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is onweersproken gebleken dat appellant vanaf 3 februari 2016 voor het eerst bij de bank heeft gemeld wegens rugpijn en verminderde mobiliteit. Appellant is werkzaam als junior Sous Chef. Zijn werkzaamheden bestaan uit voornamelijk organisatorische taken, hij kan zwaar tilwerk delegeren, hij kan zijn houding frequent afwisselen en de functie kent geen zware (rug)belastende piekmomenten.
Tijdens het controlebezoek van 16 maart 2016 is vastgesteld dat appellant bezig was met oefentherapie en dat er sprake was van een aanzienlijke verbetering in de belastbaarheid van de rug. Uit medische informatie is voorts gebleken dat het belangrijk is dat appellant actief blijft bewegen omdat dit zijn klachten verlicht.
Het college is gelet hierop van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat appellant vanaf 17 maart 2016 arbeidsgeschikt is voor de eigen functie. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.
3 DE BESLISSING
Het college van beroep:
-verklaart het beroepschrift van appellant ongegrond.
Aldus gegeven op 15 juni 2017 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.