Civiel recht overig

Tussenbeschikking, langdurig onverdeelde boedel

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 10 april 2026

Zaakgegevens

Op 10 april 2026 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
10 april 2026
Datum publicatie
1 juli 2026
Zaaknummer
BON202400419
Procedure
Tussenbeschikking
ECLI
ECLI:NL:OGEABES:2026:92
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Tussenbeschikking, langdurig onverdeelde boedel

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Zaaknummer: BON202400419

Datum uitspraak: 10 april 2026

Beschikking in de zaak met betrekking tot het perceel:

NOORD NIKIBOKO (467 m2)

te Bonaire

kadastraal bekend als [kadastrale aanduiding], groot 467 m2

(stenen huis en erf)

welk perceel volgens de schriftelijke inzage van het Kadaster ten name staat van

‘[naam]’

hierna: het perceel

van:

[verzoeker],

hierna: [verzoeker],

wonende te Bonaire,

verzoeker,

met belanghebbenden:

[belanghebbende 1],

hierna: [belanghebbende 1],

[belanghebbende 2],

hierna: [belanghebbende 2],

gemachtigde: mr. R.Ch. Luttikhuizen,

[belanghebbende 3],

[belanghebbende 4],

[belanghebbende 5],

gemachtigde: [belanghebbende 2],

HET OPENBAAR LICHAAM BONAIRE,

zetelend te Bonaire,

hierna te noemen: OLB,

gemachtigde: mr. ir. T.L.H. Peeters,

en

de stichting FUNDASHON CAS BONAIRIANO,

gevestigd te Bonaire,

hierna te noemen: FCB,

niet verschenen.

1 Het verdere procesverloop

1.1.

Het Gerecht verwijst naar de tussenbeschikkingen van 3 juni 2025, 1 augustus 2025 en 9 december 2025.

1.2.

Op de oude boedelrolzitting van 7 april 2026 heeft [belanghebbende 2], mede namens [belanghebbende 3], [belanghebbende 4] en [belanghebbende 5], een akte uitlating tevens houdende zelfstandig verzoek genomen.

1.3.

Uitspraak is bepaald op vandaag.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Het Gerecht houdt vast aan hetgeen in rov. 2.5 van de tussenbeschikking van 9 december 2025 is overwogen omtrent de bindende eindbeslissing in de tussenbeschikking van 1 augustus 2025 en de eisen van een goede procesorde. Ook [belanghebbende 3], [belanghebbende 4] en [belanghebbende 5] zijn te laat. En kennelijk wonen ook zij niet op de BES-eilanden.

2.2.

Dat neemt niet weg dat [belanghebbende 2], [belanghebbende 3], [belanghebbende 4] en [belanghebbende 5] mede belanghebbenden zijn in deze langdurig onverdeeld gebleven boedel-procedure en dus bevoegd zijn aktes te nemen.

2.3. [

[belanghebbende 2] concludeert in haar akte van 7 april 2026:

Primair:

Het verzoek van [verzoeker] tot toewijzing van het perceel [adres] af te wijzen, althans te oordelen dat toepassing van artikel 3:200a BW BES in dit geval niet gerechtvaardigd is en te bevelen dat het perceel dient te worden verkocht en de opbrengst gelijkelijk onder de erfgenamen dient te worden verdeeld.

Subsidiair:

Aan de uiteindelijke toewijzing aan [verzoeker] de navolgende bindende voorwaarden te verbinden:

- een verplichte uitkoopregeling ten gunste van de overige erfgenamen

tegen marktconforme waarde;

- een afdwingbare zelfbewoningsverplichting;

- een herzienings- en/of vervalregeling bij niet-nakoming.

2.4. [

[verzoeker] en de overige belanghebbenden krijgen de gelegenheid een antwoordakte te nemen.

2.5.

Het meest praktische is dat deze antwoordakte wordt genomen gelijktijdig met [verzoeker] akte omtrent de financiering en OLB’s akte omtrent de aanvaardbaarheid van het laatste plan tot ontwikkeling van [verzoeker].

2.6.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 Beslissing

Het Gerecht:

- stelt [verzoeker] en de overige belanghebbenden in de gelegenheid de in rov. 2.4 bedoelde akte te nemen, gelijktijdig met de eerder aan [verzoeker] verzochte akte omtrent de financiering en de eerder aan OLB verzochte akte omtrent de aanvaardbaarheid van het laatste plan tot ontwikkeling van [verzoeker];

- verwijst de zaak daartoe naar de oude boedelrolzitting van 2 juni 2026 om 14:00 uur;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. de Boer, rechter, en op 10 april 2026 door de rolrechter getekend en uitgesproken ter openbare terechtzitting in Bonaire in aanwezigheid van de griffier.